Frank's Hoekje

 

Frank verveelde zich thuis, met dit als resultaat. (pdf)

Wist je dit van tafeltennis. (03-05-09)

In 1902 bedacht de Engelsman Good, dat het rubbermatje wat gebruikt werd voor teruggave van muntgeld, best als bedekking van zijn tafeltennisbatje gebruikt zo kunnen worden - dit zou je kunnen zien als een voorloper van het nu bekende noppenrubber.  

In het seizoen 1931/1932 bepaalde de ITTF, dat er geen onderscheid meer gemaakt mag worden tussen profs en amateurs - er zijn alleen nog maar 'spelers'.

Vanaf ca. 1930 tot 1950 was tafeltennis verboden in de voormalige Sovjet-Unie omdat het spel als onveilig voor de spelers werd beschouwd. Pas sinds 1988 maakt tafeltennis deel uit van de Olympische spelen. Sindsdien heeft slechts één Europese speler één van de 20 gouden medailles mogen ontvangen (Wie anders dan Jan Ove Waldner). Drie gingen er naar Zuid-Korea en de overige 16 waren allemaal voor China.

Fred Perry, de beste Britse tennisser aller tijden, voordat hij begon met tennis eerst wereldkampioen tafeltennis was? Pas jaren later won hij tot 3x toe Wimbledon. Een tafeltennisbal die met maximale topspin geslagen wordt door een topper tot wel 9000 rotaties per minuut kan hebben?

In Zweden en China er overheidsbudget vrijgemaakt wordt om toptafeltennisers te kunnen laten trainen? Begin jaren zeventig de Verenigde Staten en China middels tafeltennis toenadering hebben gezocht? Inmiddels is de term "table tennis diplomacy" een begrip.   

Er drie soorten grepen bestaan namelijk:

1. de shakehandgreep

2. de Japanse penhoudergreep

3. de Chinese penhoudergreep.  

1.In de Europese landen wordt het palet meestal vastgehouden zoals kleine kindjes een geweertje vormen met hun hand. De pink, ringvinger en middenvinger zijn rond het houtje, de wijsvinger ligt langs de ene kant op de rubber en de duim aan de andere kant op de rubber.

2.In andere landen, vooral China, houdt men het paletje vast als een pen, ook wel de penhoudergreep genoemd. Duim en wijsvinger komen hier aan dezelfde kant tegen het rubber. Deze greep houdt ook in dat er normaal gesproken maar met één kant van het palet gespeeld wordt, hoewel uitzonderingen bestaan. Meervoudig World Cup winnaar Wang Hao staat er bijvoorbeeld juist om bekend dat hij ondanks zijn penhoudertechniek toch zijn backhand gebruikt. Over het algemeen slaan penhouders niettemin met maar één kant van het batje en hebben daarom vaak maar één rubber op het batje/palet. De houten kant van de palet moet dan wel geverfd zijn in het rood/zwart, afhankelijk van welke kleur het rubber heeft.

KLEDING: (09-04-09)

Er zijn heel veel misverstanden over de kleding wat nu wel mag en wat nou niet mag.

Hier dus de uitleg.

Uitrusting 

Normaal gesproken dient de kleding tijdens een tafeltennis wedstrijd te bestaan uit een t shirt met korte mouwen, een korte broek of rokje, sokken en schoenen met een zachte zool. Andere kleding zoals onderdelen van een trainingspak mogen alleen als de scheidsrechter geen bezwaar heeft.

Kleur 

De kleding mag iedere kleur hebben behalve dezelfde kleur als de speelbal. Alleen de mouwen, het kraagje en eventuele zoom van de diverse kledingstukken mogen dezelfde kleur als het balletje hebben. 

Sponsoring

De kleding mag zijn voorzien van gesponsorde delen echter moeten die voldoen aan de volgende voorwaarden: Het kledingmerkje mag niet groter zijn dan 24 cm2. In het totaal mogen er inclusief het kledingmerk niet meer dan 6 (duidelijk van elkaar gescheiden) sponsoruitingen op de kleding aanwezig zijn waarvan niet meer dan 4 aan de voorzijde en niet meer dan 2 aan de achterzijde. De totale oppervlakte van de uitingen mag niet meer dan 600 cm2 bedragen waarbij geldt dat de achterzijde niet meer dan 400 cm2 aan uitingen mag hebben. Op het broekje mogen niet meer dan 2 uitingen aanwezig zijn waarvan de totale oppervlakte niet meer mag zijn dan 80 cm2.

Beperkingen

Voor alle onderdelen, teksten, afbeeldingen en zelfs eventuele sierraden geldt dat deze niet dusdanig hinderend of reflecterend mogen zijn dat dit de tegenstander zou kunnen benadelen. Het dragen van zowel sokken als schoenen met zachte zolen is verplicht net als het dragen van een shirt en broekje of rok (die laatste alleen voor vrouwen). De uitingen op de kleding mogen in woord of beeld niet beledigend, uitdagend of op andere wijze storend zijn. Het is niet toegestaan te spelen in legerkleding of aanverwanten, gescheurde of verknipte kleding, spijkerbroek of shirt. Het is vrouwen wel toegestaan te spelen in een blouse zonder mouwen. Iedere vraag over de toelaatbaarheid van de kleding moet via de scheidsrechter verlopen.

Tegenstanders

De kleding van de spelers uitkomend voor verschillende teams moeten voldoende van elkaar te onderscheiden zijn. Als bij onvoldoende onderscheid de spelers er onderling niet uitkomen zal de scheidsrechter bepalen welke speler een ander shirt moet dragen. 

Wanneer, hoe en waar raak je nou de bal? (08-04-09)

 

De basisprincipes van alle slagen bij het tafeltennis hebben te maken met slechts 3 zaken. Wanneer, Hoe en Waar raak je de bal. Deze stelregels gelden voor iedere grip, speelstijl, materiaal of persoonlijke techniek.

 

Wanneer sla je de bal..... Timing! 

1- Voor het hoogste punt, stijgende bal.

2- Op het hoogste punt, hangende bal.

3- Na het hoogste punt, dalende bal.

 Hierin zijn uiteraard diverse nuances aan te brengen, zoals vlak voor of na het hoogste punt, halverwege, enz. Het principe blijft echter hetzelfde.

Voor timing , ofwel wanneer sla ik de bal geldt dat het wellicht het moeilijkste onderdeel van het tafeltennis is gezien de tijd die beschikbaar is tijdens een rally om je keuzes te maken beperkt is. 

De uiteindelijke slag is voor bepaling van het "wanneer" afhankelijk van nog 2 zaken; de wijze waarop de bal is geslagen en de wijze waarop je hem wilt retourneren. We kijken eerst naar hoe we de willen terugslaan en wat dit inhoudt voor de timing:

 

 Hoe sla je de bal, Snelheid, dood of rotatie?

1 - Snelheid:

Snelheid bereik je door het voorwaarts in de richting waar de bal vandaan komt te slaan. De mate van snelheid wordt naast de bewegingssnelheid en de houding van het badje bepaald door het materiaal en de snelheid van de slag van de tegenstander. Indien het badje "vlak" gehouden wordt bij het slaan van een voorwaartse bal hoor je door het contact van bal en badje vaak een hard, scherp "houten" geluid. Dit komt doordat het contact van de bal dusdanig is dat de maximale rek van het rubber en de onderlaag is bereikt en er contact wordt gemaakt met het hout onder de rubbers. Bij het horen van dit geluid gaat de meeste energie van het badje in het produceren van een voorwaartse beweging, er zal dus niet veel spin aan de bal zitten. Hoe "sneller" de houten ondergrond des te sneller zal de bal vertrekken. Dit geldt ook voor de rubbers, onderlaag en lijm (zie ook: Materiaal). Maximale snelheid zit normaal gesproken aan counters en smashes.

2 - Dood:

Een dode slag, ofwel zonder tempo of rotatie. Het geluid wat geproduceerd wordt is minimaal en hooguit zacht en dof. Het is met name effectief indien de tegenstander zich verder van de tafel bevindt. Indien de bal het net raakt speelt men vaak een dode slag om de bal zo kort mogelijk over het net te spelen waardoor het aanvallen moeilijk gemaakt wordt. Een dode bal kenmerkt zich doordat een goed uitgevoerde versie diverse malen op de tafel zal stuiteren voordat hij de tafel verlaat, waarmee de tegenstander gedwongen wordt naar de bal te reiken. Dode ballen werken ook goed tegen sommige materialen die gemaakt zijn om effect uit het spel te halen. 

3 - rotatie:

Door het badje in de beweging langs het balletje te halen creëer je bal rotatie (spin, effect). De mate van rotatie bepaal je door de stand van het badje ten opzichte van het contactpunt van de bal, de bewegingsrichting en de snelheid waarmee je de beweging uitvoert. Ook de mate waarin je de balrotatie van de tegenstander overneemt en het materiaal waarmee je speelt hebben hierop invloed. Het geluid is een dof afgestopt geluid. Dit komt omdat de dempende onderlaag veel van het geluid opneemt. bij het horen van dit geluid dan gaat de meeste energie van het badje in het produceren van rotatie ofwel spin of effect. Trage loops, services en geschoven ballen hebben vaak het meeste effect. Vrijwel alle ballen zijn een combinatie van snelheid en effect. Snelle loop en op het hoogste punt geslagen geduwde ballen of terugloop ver van de tafel zijn een evenredige mix van rotatie en snelheid. Hoe je de bal slaat is ook afhankelijk van het type bal dat de tegenstander slaat. Afhankelijk daarvan heb je een bepaalde bewegingsrichting van de uit te voeren slag. Hiervoor hebben we het volgende overzicht:

 

Waar sla je de bal?

Dit is de belangrijkste van de 3 principes gezien het beoordelen van het raakpunt meer dan de andere 2 (timing en slagwijze) bepaald of de uitgevoerde slag succesvol is. Het op het verkeerde punt de bal raken zorgt vrijwel altijd voor een direct of indirect punt voor de tegenstander.

Belangrijkste van het "waar" is dat je altijd de voorkant van de bal dient te raken. Dit is echter een gedefinieerd veranderlijk bereik afhankelijk van onder andere de bewegingsrichting van de bal en dus geen bepaald punt op de bal. Om dit nader uit te leggen laat ik in het onderstaande plaatje zien wat daarmee bedoeld word

 

Afgaand op het bovenstaande plaatje kun je dus concluderen dat met de voorkant van de bal bedoeld wordt dat deel van de bal dat wijst in de richting waarin de bal op het moment van contact beweegt. Zou je de bal bekijken vanaf de locatie van de blauwe pijl dan zou je dus een rood puntje zien. Dit rode puntje noem ik vanaf nu het "midden" van de bal.  

Combineren we nu het overzicht uit het eerste plaatje met de andere twee dan krijgen we het volgende te zien qua raakpunt:

 

Wie slaat DE HARDSTE BAL. (29-01-2009)

 
 
Pingpongers denken natuurlijk allemaal dat ze heel wat power in hun armpie hebben, maar welke Nederlandse tafeltennisser kan nou eigenlijk de hardste bal slaan? Om die vraag te beantwoorden heeft pingpongdemo.nl een competitie gelanceerd. Met onze professionele snelheidsmeter kunnen we namelijk heel nauwkeurig meten met hoeveel kilometer per uur de bal wordt geslagen. De competitie is op 9 januari gestart bij SKF in Veenendaal en zal de rest van het kalenderjaar duren. De speler die aan het einde van 2009 de hardste bal heeft geslagen, kan op een leuke prijs rekenen. Voorlopig is Boris de Vries van Smash '70 de beste met een bal 
van 104 kilometer per uur. Hij staat daarmee zowel bij de junioren als de senioren bovenaan. Bij de dames gaat ook een jeugdspeelster aan de leiding. Dianne Overbeeke van Hotak '68: 78 km/u. Op de foto hiernaast Rick den Hertog, de nummer twee bij de heren.

Ook meedoen? Laat het demoteam met snelheidsmeter langskomen op de club of huur alleen de snelheidsmeter voor een dagje (of langer). Stuur ons een mailtje voor de spelregels en voorwaarden (info@pingpongdemo.nl)

 
Misschien wel leuk voor onze club om te bepalen wie de hardste bal slaat, of het demoteam eens een demo te laten geven. Altijd leuk ook voor de jeugd of andere activiteit. Frank

 

Donatie / Sponsoringactie 

Hierbij wil ik een oproep doen aan een ieder. Het streven van onze vereniging is om in 2010 de vloer te gaan vernieuwen omdat deze aan vervanging toe is. Natuurlijk weten we allemaal dat dit een zeer dure aangelegenheid en investering is en dus een boel eurocentjes gaat kosten. Deze kosten onze vereniging niet alleen kunnen dragen omdat wij dit gewoon weg niet hebben. Nu hebben wij het volgende bedacht.

Wie wordt de donateur of sponsor van 2009

In de kantine van ons clubgebouw komt een bord te hangen met daarop de Top 10 of Top 25. Met daarop de namen van de grootste desbetreffende donateur of sponsor. Het is natuurlijk mogelijk om op diverse manieren een donatie te doen, door middel van bijvoorbeeld eenmalig of maandelijks een bedrag te schenken. Ook kan men denken om bijvoorbeeld een tafeltennistafel te sponsoren waarop dan bijvoorbeeld jouw naam op de zijkant komt te staan dat jij dus de gene bent die deze tafel financiert. Ook kan het natuurlijk mogelijk zijn dat een bedrijf ons een financiële injectie schenkt of misschien wel de gehele vloer, dit zou natuurlijk fantastisch wezen. Mochten er bij mensen bekent zijn welke bedrijven ons dan ook op wat voor manier zouden willen sponsoren, laat ons dit dan weten, dan nemen wij verdere actie en toenadering tot dit bedrijf. Uw financiële steun kunt u kwijt aan de betreffende personen Marcel van Dee en Frank van Pinxteren of natuurlijk het bestuur. Laat dit altijd weten aan Frank van Pinxteren dit in verband met het bepalen wie de donateur of sponsor wordt van 2009. En om het bord in de kantine bij te kunnen werken en houden. Tevens wordt er dan aan het eind van het jaar de winnaar bekent gemaakt en kan deze een leuke verrassing in ontvangst nemen. En lieve mensen denk nou niet dat bij de gene die op de eerste plaatst staat jouw financiële steun er niets meer toe doet. Nee elke euro is er eentje die ten goede komt en besteed gaat worden namelijk aan onze nieuwe vloer. Elke financiële steun is welkom op welke manier dan ook. Dus laten we met ze alle deze droom waar gaan maken en zorgen dat de vloer er komen gaat. Alvast Hartelijk Dank voor uw gulle gift en medewerking.

De sponsorwervingcommissie

Tafeltennis Astrologie (01-01-09 00.18)

Zo het nieuwe jaar 2009 is begonnen weten jullie dat er ook een astrologie is over tafeltennis, lees hier wat er in de sterren staat over tafeltennis.

 

Is het louter hocus-pocus, een handig handeltje dat gebruik maakt van de goedgelovigheid, of een praktische levensgids die aangeboren talenten en zwaktes kan aangeven? Vanzelfsprekend heeft het weinig zin om in horoscopen te gaan schrijven: "De dag heeft voor u enkele prachtige topspins in het vooruitzicht, of: het is een dag om speciaal veel aandacht te besteden aan uw service…"

In de astrologie zijn er vier basiskarakters: het luchttype (de denker), het vuurtype (de levendige), het watertype (de gevoelige) en het aardetype (de praktische). Welk type je bent wordt bepaald door je sterrenbeeld, meer bepaald: VUUR: Ram, Leeuw, Boogschutter, AARDE : Stier, Maagd, Steenbok, LUCHT: Tweelingen, Weegschaal , Waterman. WATER : kreeft, Schorpioen, Vissen
Opvallend voor onze sport is dat veel topspelers ervan geboren worden onder een luchtteken. Dit kan te maken hebben met de finesse die aan tafeltennis eigen is. Bekende voorbeelden: Jörg Rosskopf, Peter Karlsson, Eric Lindh (tweeling), Jan-Ove Waldner, Mikael appelgren, Jean-Philippe Gatien (weegschaal), Verdedigers zijn wel vaker waterman. Hieronder de kenmerken van de diverse sterrenbeelden. Oordeel zelf maar!

  • Ram (21/03-19/04): hier vinden we de aanvalsspeler bij uitstek. Hij/zij is snel, aggressief en heeft een uitstekende kampgeest. Hij is geen strateeg maar een tacticus. Hij is ook een beter enkel- dan dubbelspeler. Ploegwerk ligt hem niet zo. Bv. Vladimir Samsonov. Bij ons : Dirk VK
  • Stier (20/04-20/05): hij is het type dat probeert om het spel te vertragen. Er zijn relatief weinig (top)spelers van dit sterrenbeeld . In principe zijn ze te traag voor het spel. Maar bedenk dat niemand enkel één sterrenbeeld heeft: de ascendant speelt ook een rol. Bv. Zoran Primorac.
  • Tweeling (21/05-20/06): zonder twijfel het teken met de grootste reactiessnelheid, en dus uitstekend geschikt voor tafeltennis. Tevens een prima dubbelpartner. Vb. Wang Liqin (huidig nr. 1 in de wereld bij de mannen, Jörg Rosskopf, Thierry Cabrera, bij ons: Lieven, verjaart op 20/06. en ook Geert
  • Kreeft (21/06-22/07): ook de kreeft zal men niet vaak aantreffen in onze sport. De snelle reacties zijn er voor hem/haar te veel aan. Hij speelt wel graag dubbel. Bv. Philippe Saive. bij ons : Chiel
  • Leeuw (23/07-22/08): hij speelt met grote inzet en zegedrift. Enkel al zijn zelfverzekerd optreden kan zijn tegenstander van hun stuk brengen. Hij is zeker geen trainingsgek, en omdat hij veel plaats nodig heeft is hij zeker niet de ideale dubbelpartner: bv. Ryu Seung Min, de Koreaanse Olympische kampioen 2004 bij de mannen, Bettine Vriesekoop. Bij ons : Jean-Pierre
  • Maagd (23/08-22/09): de ijverige, leergierige speler die altijd aan zichzelf werkt. Nooit tevreden over zichzelf. Snel en intelligent, maar niet zo stressbestendig als leeuw of schorpioen. Vb. Trinko Keen., bij ons : Jurgen, Willy
  • Weegschaal (23/09-22/10): net als bij alle luchttekens: snelheid en beweeglijkheid. Opvallend bij de weegschaal is de vaak elegante spelstijl. Bv. Jan-Ove Waldner, Werner Schlager, Zhang Yining (de Chinese nummer 1 van de wereld bij de vrouwen, tevens Olympisch kampioen 2004). Bij ons Thijs (17/10) en Dimitri (18/10) en Stefaan
  • Schorpioen (23/10-21/11): dit is het type dat zich ten volle aan het spel geeft. Vaak is hij zelfs een slecht verliezer. Vb. Jean-Michel Saive. Bij ons Jan en Gerdo (4/11)
  • Boogschutter (22/11-21/12): in tegenstelling tot de schorpioen is dit het type dat plezier heeft aan het spel zelf. Hij laat zich graag verleiden tot het meer riskante spel. Vb. Wang Hao (Chn, nummer 3 van de wereld), Patrick Chila.
  • Steenbok (22/12-19/01): niet de beste, maar steeds bereid tot intensieve trainingen. Hij legt zich meer dan anderen ook toe op conditietraining. Vb. Ding Yi.
  • Waterman (20/01-18/02): Het meest typische luchtteken: snelheid, samen met veel verrassingseffecten in het spel. Erg onberekenbaar type dat zelfs in schijnbaar verloren situaties nog het punt kan winnen: vb. Chen Xinhua.
  • Vissen (19/02-20/03): Zet niet alles in op tactiek en techniek, maar vertrouwt sterk op zijn instinct. Laat zich weinig verrassen. Vb. Ma Lin (huidig nr. 2 van de wereld), Timo Böll (nr. 4 en eerste Europeaan).

Chinezen en tafeltennis (31-12-08)

Wat voetbal is voor Nederland, is tafeltennis voor China. Tientallen slagenwisselingen in één minuut. Ze zijn klein, behendig en hebben een reactievermogen zo vlug als water. Chinezen en tafeltennis. Het is een combinatie die menig Hollands tafeltennistalent doet verzuchten. Met de Olympische Spelen sleepte China in totaal negen keer goud in de wacht. Drie gouden plakken restte voor het overige deel van de wereld. ‘Het grote Chinese geheim is de simpelheid en de consequentie waarmee alles wordt uitgevoerd. China domineert op tafeltennisgebied, maar de hoop voor Europa is nog niet vervlogen. ‘De fantasieloze beeltenissen van Mao verdwijnen even snel als de stenen tafels die elf jaar geleden in parken, bij fabrieksgebouwen en wooncomplexen nog standaard waren. De Chinese tafeltennissers zijn in alle categorieën vaak de grootste favorieten. Tafeltennis is geen Chinese uitvinding. De Britten hebben het patent op het spel. Dat begon zo: ofwel bleef de hemel droog en dan speelde de vermogende klasse na een copieus diner tennis in de tuin. Ofwel regende het en dan bleven zij binnen, lieten de tafel afruimen en sloegen met sigarendoosdeksels een champagnekurk heen en weer. Dat was het negentiende-eeuwse begin. Dit is het tafeltennis nu: topsport door behendige, effectgevoelige en explosieve atleten die met hightech paletten celluloidballen tegen honderd km per uur en meer naar de overkant van de tafel jagen. De Chinezen kunnen dat het best. De wereldranglijst van de Internationale Tafeltennisfederatie (ITTF) spreekt voor zich: de Chinese mannen houden de eerste vier plaatsen bezet, de vrouwen de eerste vijf. Wang Hao staat op één bij de mannen, Zhang Yining bij de vrouwen. Het geschiedenisboek van de Olympische Spelen bevestigt de suprematie. Sinds het tafeltennis in 1988 tot olympische sport werd opgetild, sleepte China ruim de helft van alle medailles in de wacht, het dubbele van de tweede in de stand, Zuid-Korea. De Chinese vrouwen wonnen op het dubbeltoernooi in Seoel alles. De mannen zegevierden individueel twee keer en in het dubbel vier keer.
Wat hebben de Chinezen dat de rest van de tafeltennissende wereld niet heeft? De geknipte lichaamsbouw, is een vaak gehoorde uitleg: ze zijn klein, behendig, snel en explosief. Anderen verklaren dat ze mentaal onverstoorbaar zijn. Een Chinees kan zichzelf wegredeneren en het spel belangrijker vinden dan zichzelf. In opperste concentratie is er bij de Chinezen geen plaats voor wegdromen, irritatie of gekwetstheid." Jean-Michel Saive geeft een meer wereldse uitleg: "Ze trainen zich ziek." Ze moeten wel, want de concurrentie in China is moordend. Het land telt naar schatting 10 miljoen competitiespelers en een leger van 800 voltijdse tafeltennissers. Enkel de allerbeste worden geselecteerd voor het nationale trainingscentrum in Peking. Op extreem hete dagen is tafeltennis in China een staatsaangelegenheid. Via de radio wordt de bevolking gewaarschuwd de kunststof balletjes veilig op te bergen, om te voorkomen dat ze smelten. Zo leeft dus het tafeltennis in China.

Zo het is vandaag weer de laatste dag van het jaar het jaar is voorbij dus tevens ook het laatste bericht van dit jaar ik hoop dat jullie het afgelopen jaar hebben genoten van het tafeltennis en ook dit weer het komende jaar zullen doen en sportief zullen beleven. Hoop ook dat jullie van mijn berichtjes hebben genoten. Hierbij wil ik iedereen een heel goed uiteinde toewensen , en vooral een heel goed, gezond, gelukkig & sportief 2009 toewensen en pas op met vuurwerk. Tot volgend jaar Frank.

Tafeltennis Ontdekking Uit Drenthe (30-12-08)
 
Binnenkort wordt in het blad Nature een recente ontdekking gepubliceerd middels bevindingen van oud Emmen lid Erik Drent, archeoloog. Hij heeft middels opgravingen en studies onomstotelijk bewezen dat de oudste vorm van tafeltennis door onze verre voorouderen, de hunebedbouwers, al werd gespeeld. Uit diverse vondsten blijkt dat de tafel een zo vlak mogelijk hunebeddeksteen was. De bal was een zogenaamde knook. Een uit een hert uitgeholde bot uit de heup die waarschijnlijk werd omhuld door pezen. Van het slaghout is niet veel bekend. Er werd slechts 1 exemplaar gevonden vlakbij Klazienaveen en behouden door het veen. Dit was een plak Berkenhout met een gat nabij de rand. Volgens de expert ging daar de duim in en werd er zo gespeeld.
Van een net is niets bekend en van de regels ook niet, maar toch is er heftig gevochten destijds al om de eer en misschien wel meer. Door unieke symbolen gekrast in een steen is op te maken dat er toen al een kampioen was. Dus eigenlijk de 1e Drentse kampioen.
 

Tafeltennisgeschiedenis  (30-12-08)

oude tafeltennis set

Tafeltennis als vermaak

De ontstaansgeschiedenis van Tafeltennis is alleen te zien in samenhang met andere takken van sport, vooral tennis. Net als bij vele sporten, begon tafeltennis als een sociaal verzetje; het was vermoedelijk voor het eerst gespeeld - met geïmproviseerd materiaal - in Engeland, ergens in het einde van de 19e eeuw. Tafeltennis is, net als badminton en het huidige tennis, afkomstig van het middeleeuwse tennis.
 

Tafeltennis was al populair in de vorige eeuw. In Engeland werd in 1884 octrooi verleend op de naam "Miniature-Indoor-Tennis-Game". Dit spel werd gespeeld met een kleine gummibal (met lucht gevuld). Het spel was ook al vroeg geïntroduceerd in de Verenigde Staten en het is mogelijk dat het eerste materiaal al in 1887 vervaardigd werd. In 1890 werd de celluloid-bal 'uitgevonden' door de Engelse ingenieur James Gibb.
Rond 1900 was het spel bekend onder de huidige namen ("Tafeltennis" en "Ping-Pong"), en verschillende merknamen als "Gossima", "Flim-Flam", "Pim-Pam" (Frankrijk) en "Whiff-Whaff" (Amerika).
Aanvankelijk werd het spel in speciale clubs en cafés gespeeld. In 1899 werd in Berlijn de "1e Berliner Tennis und Ping-Pong Gesellschaft" opgericht. Er werden zelf al snel 'ping-pong'-liedjes en -kleding geïntroduceerd. Het spel bleef echter voorbehouden aan de hogere kringen.
palet

Ping-Pong

De naam "Ping-Pong" ontstond door het geluid dat de celluloid-bal maakte op de tafel en de toen gebruikte 'rackets'. Vroegere rackets werden gemaakt van kurk, perkament, karton en hout bedekt met doek, fluweel, leer of schuurpapier. Als bal werd soms gespeeld met champagne-kurken of bolletjes wol.
 

In 1900 werd in Engeland op de naam "Ping-Pong" octrooi verleend (onder nummer 19070) door "J. Jacques & Son" - hierna werd het spel een echte modegril. Er zijn vele verwijzingen en afbeeldingen van hoe het toen gespeeld werd, meestal in een huiselijke omgeving door de hogere kringen.
 

Toen had het tafeltennis al een paar van zijn hedendaagse complexiteiten verkregen, maar het werd nog steeds gezien als een 'after-dinner' amusement in plaats van een sport: 'smashes' werden als onsportief beschouwd.
 

In 1902 bedacht de Engelsman Good, dat het rubbermatje wat gebruikt werd voor teruggave van muntgeld, best als bedekking van zijn tafeltennis-batje gebruikt zou kunnen worden - dit zou je kunnen zien als een voorloper van het nu bekende noppen-rubber.
In 1903 werd in een artikel gewaarschuwd voor het dragen van een kostuum met een gesteven overhemd en, voor de dames, een satijnen jurk. Maar verder werd ook gedetailleerd advies gegeven over geribbeld rubber, de penhoudergreep en tactieken.
Het was populair in Midden-Europa tussen 1905 en 1910, maar reeds daarvoor was een aangepast versie al geïntroduceerd in Japan, waarvan het later verspreidde naar China en Korea.
In West-Europa en Amerika kwam er een korte terugval in de populariteit. Pas na de eerste Wereldoorlog groeide de interesse weer. Het spel werd weer herontdekt in Engeland en Wales in de periode na 1920. Toen waren het de tennisverenigingen die hun leden ook in de winter wilden bezighouden en daarom deze wachttijden met tafeltennis bekortten. Bij koude en regen kon in de clublokalen van de tennisverenigingen het 'echte' tennisspel worden nagedaan. Hoogte van het net en omvang van de tafels werden aan het toeval overgelaten.
tafeltennisset

Tafeltennis als sport

In Duitsland werd het tafeltennis uitgebouwd tot een echte sport - de twee eerste internationale kampioenschappen vonden daar plaats. In die jaren rond 1925 werden Nationale bonden geformeerd. Ook de standaardisatie van de regels begon, zowel in Europa als in het verre oosten.
In 1926 is de ITTF (International Table Tennis Federation) gevormd in Berlijn met Denemarken, Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden als leden. Later dat jaar werd de USA ook lid.
Sommige veranderingen - een verlaging van het net, een tijdsregel tegen onaantrekkelijke wedstrijden tussen verdedigende spelers en regels ter voorkoming van extra voordeel voor de serveerder - werden geïntroduceerd in de jaren na 1930.
In het seizoen 1931/1932 bepaalde de ITTF, dat er geen onderscheid meer gemaakt mag worden tussen profs en amateurs - er zijn alleen nog maar 'spelers'.
Vanaf ca. 1930 tot 1950 was tafeltennis verboden in de voormalige Sovjet-Unie omdat het spel als onveilig voor de ogen werd beschouwd.
De USTTA (United States Table Tennis Association) werd opgericht in 1933 en sloot zich aan bij de ITTF. De in 1930 opgericht Amsterdamse TafeltennisBond sloot zich in 1933 ook aan bij de internationale federatie. In 1935 werd de NTTB (Nederlandse TafelTennisBond) opgericht.
In 1936 (nog voor invoering van de tijdsregel) kwam de langste rally tot stand, die bij tafeltennis ooit plaatsvond - bij de WK in Praag werd 2 uur lang gestreden om 1 punt! Tevens werd toen door 2 andere spelers de langste partij ooit gespeeld - na 7 uur werd de partij in de 5e game afgebroken! Hierna werd de tijdsregel ingevoerd.
In de jaren 50 was er in de tafeltenniswereld veel ophef over het gebruik van sponsrubber. In 1952 verraste de Japanner Satoh met zijn nieuwe rubber iedereen en werd onbedreigd wereldkampioen. De dikte van het rubber zorgde voor een soort katapult-effect, waardoor er enorme snelheden aan de bal werden gegeven. In defensief opzicht hoefde men alleen de bal tegen te houden, zo groot was de veerkracht. Deze revolutie noopte de Oostenrijkse bond tot het voorstel om twee internationale federaties op te richtten, één voor sponsspelers en één voor de rest. Pas in 1958 besloot de NTTB het sponsrubber te verbieden. In 1959 volgde de ITTF het besluit van veel nationale bonden.
In 1957 was de ITTF zodanig gegroeid, dat besloten werd om continentale bonden op te richten - De Europese Tafeltennisbond ontstond; deze naam werd later veranderd in de ETTU (Europese Tafeltennis Unie).
In 1961 werd de tijdsregel gewijzigd tot een 'versnellingsregel'; na 15 minuten spelen moeten alle volgende punten binnen een serie van 12 slagen behaald worden...
In 1971 was de USA-tafeltennis-delegatie naar China voorpaginanieuws onder de kop "Ping-pong diplomatie". Het uitstapje creëerde niet alleen grotere bewustwording voor de sport maar plaveide ook de weg voor betere diplomatieke verhoudingen tussen de Verenigde Staten en China.
Gedurende de jaren na 1960, ontwikkelde tafeltennis zich tot een wereldwijde sport, beoefend door zo'n 40-miljoen spelers in competitieverband en door ontelbaar veel meer spelers die het spel wat minder serieus spelen. Het spel is in essentie niet veranderd sinds de beginjaren, maar is echter wel sneller, subtieler en veeleisender geworden - zelfs in vergelijk met maar twintig jaar geleden.
Vanaf 1960 begon China de Wereld Kampioenschappen te domineren. Dit duurde tot 1980, toen tafeltennis in de Olympische Spelen werd geïntroduceerd. Vandaag de dag zijn Europeanen de hoogst gerangschikte spelers bij de mannen; bij de vrouwen domineren de Aziatische landen.
 

Is tafeltennis de snelsport? (29-12-08)

Als snelheden van de bal bekeken wordt, is tafeltennis niet de snelste balsport van de wereld.  De vier snelste zijn :
AP04190.jpg (1888 bytes) 1. Badminton (260,6 km/uur)
2. Squash (241,3 km/uur)
3. Tennis (241,0 km/uur) (gemiddelde snelheid; services kunnen sneller geslagen worden)
4. Tafeltennis (178,5 km/uur)

Waarom noemen ze dan TOCH tafeltennis de snelste balsport ter wereld ???

Het is niet de snelste bal, maar de sport met de snelste balwisseling !

En zoals je hieronder kan lezen zijn er verschillende punten die je samen moet bekijken

1° Bij een keiharde afmaakslag kan de bal een snelheid van 250 km/u bereiken. Bij het duwen komt men slechts tot 25km/u bereiken.
2° Als de bal de bat raakt is deze slechts 1/1000 van een seconde in contact .
3° Dat bij de topspinslag de bal per seconde 50 maal om zijn as draait, dit zijn 3000 rotaties per minuut .
4° Dat bij een afmaakslag de bal een druk van 1 ton moet verdragen .
5° Dat een oranje bal meer stimulerend is en minder vermoeiend is dan de witte bal .
6° De hoogste snelheid van de arm bij een afmaakslag 35 – 40 km/u kan bedragen

7° bij badminton en squash remt de bal hard af, enkel bij het vertrek zullen dergelijke snelheden behaald worden
8° Het gaat, als je over de snelheid van een sport spreekt, om de tijd die een sporter krijgt om te reageren. Stel een voetballer neemt een strafschop. Bij een snelheid van 90km/uur zal de bal in 0,45 seconden de hoek bereiken. Bij tafeltennis heb je, omdat de tafel zo klein is, slechts 0,025 tot 0,040 seconden de tijd om de bal te raken.
9° In de tijd die een honkbalpitcher nodig heeft om de bal over de thuisplaat te werpen, is het tafeltennisballetje in een topwedstrijd 4 keer over het netje gegaan. Het balletje heeft niet alleen veel snelheid, het draait door het effect ook zeer snel om zijn as. Er is ooit een effect-wedstrijd gehouden, waarbij het aantal omwentelingen van de bal werd gemeten. Eén van de broers Mazunov won deze wedstrijd. Het door Mazunov geslagen balletje werd “geklokt” op 9000 omwentelingen per minuut.

Als we deze weetjes allemaal op een rij zetten stelt men vast dat tafeltennis één van de snelste en de actiefste sporten is . Bij elke bal moet het lichaam een buitengewone prestatie verrichten . Zo moet er op een fractie van een seconde een beslissing genomen worden , die beslissend is voor het spelverloop.
Tafeltennis vereist dan ook een zeer goede conditie .
Deze sport is niet alleen zo populair omdat het lichamelijke en geestelijke conditie vereist , maar omdat het zo een leuke sport is . Het is beslist dan ook de moeite waard om tafeltennis te spelen , niet zoals men zegt dat het een zeer gemakkelijke sport is en dat men er niet moet voor bewegen .

 

Waarom speelt iemand met  lange Noppen. (27-12-'08)

 

Om het lange noppenspel in grote lijnen eens uit te leggen:
Een persoon speelt met lange noppen omdat hij (meestal) een zwakke Backhand heeft en met noppen dit tracht te verdoezelen. Natuurlijk zijn er ook B-spelers die zeer goed noppen hanteren. Lange noppen keren altijd het effect om wat jij ernaar toe slaat. Topspinnen naar noppen geeft dus backspin terug. Backspin naar noppen geeft dus Topspin terug.

Een geduldige aanvaller zal dus topspinnen naar de noppen, de bal die hij terugkrijgt zal hij dan "snijden" naar de noppen, de volgende terug topspinnen enzoverder enzoverder tot de noppenspeler een fout maakt of een te hoge bal terugspeelt die je dan heel hard contra afslaat ...

Je kan natuurlijk ook altijd blijven spinnen naar de noppen maar je zal zien dat dit niet echt gemakkelijk is omdat je steeds meer effect terugkrijgt... (Bij korte noppen, kun je blijven topspinnen)

Ook nuttig om weten is dat bij een gesneden lange noppen opslag, er geen enkel effect meer op de bal zal zitten.  Je kan deze contra afslaan als je wat risico wil nemen.  Beter is echter licht over de bal gaan en contra terugplaatsen, en dan aan het topspin - snij - afslag spelletje beginnen zoals hierboven beschreven..

Antitop dan, kan je niet vergelijken met noppen. Antitop haalt gewoon het tempo uit het spel en remt het balletje hard af, je krijgt als het ware een "dode" bal terug... Een sterke topspin slag is de beste slag tegen de antitop, en hier mag je blijven topspinnen.

Tegen lange noppen/antitop spelen is eigenlijk wel een kunst op zich.   Zolang er effect op de bal zit, is het voor een noppenspeler vrij gemakkelijk aangezien hij veel druk legt bij de tegenstander door het weerkerende effect van zijn noppen. Maar wanneer er gewoon contra (=zonder effect) gespeeld wordt is het voor de noppenspeler heel moeilijk om de bal te krijgen zonder er een aanvallende return op te krijgen...
Bij antitop is de controle groter dan bij noppen maar je bent er wel veel beperkter mee. Met een noppen kan je een stopblok kort bij de tafel doen, bij antitop is dit al veel moeilijker. Iemand met antitop gaat meestal een topspin 'choppen' van ver achter zijn tafel.

Als je met antitop/lange noppen wilt spelen dan moet je goed weten dat de mensen dan anders tegen jou gaan spelen en dat je de ballen anders gaat krijgen. Ofwel zoeken ze de noppen op of wel gaan ze de andere kant opzoeken/aanvallen...

De service. (27-12-'08)

De servicekan het verschil maken tussen winst of verlies. Stel een willekeurige top tafeltennisser de vraag “welke slag is het belangrijkste bij) tafeltennis” en de kans is groot dat het antwoord “de service” is. Ondanks dit feit is de service voor veel spelers geen onderdeel van hun train-ing en daardoor een verwaarloosd onderdeel van hun spel. De meeste spelers geven tijdens trainingen de voorkeur aan het oefenen van andere slagen. In dit document behandel ik zo veel mogelijk alle facetten van de service met daarin de nadruk op de manier waarop je deze kunt trainen. Tenslotte… bij tafeltennis begint ieder punt met een service. We beginnen met een aantal algemene kenmerken die gelden voor iedere service. Later ga ik dieper in op specifieke services.

Waarom is de service zo belangrijk?

Er zijn nogal wat redenen waarom een goede service belangrijk is, een aantal van deze redenen zijn:

Controle – Het is de enige slag die je bij het tafeltennissen maakt waar je volledige controle hebt over de bal zonder dat je tegenstander er op enige wijze invloed op uit kan oefenen. Jij bepaald dus volledig wat er gebeurt en hier kun je een belangrijk voordeel uit halen.

Frequentie – Zoals al eerder gemeld, ieder punt begint met een service en het is daarmee dus een veel voorkomende slag. Afhankelijk van jouw eigen type spel en dat van je tegenstander kan het zijn dat meer dan 20% van de slagen services zijn.

Vervolg – Met een sterke service kun je behoorlijk wat invloed hebben op de wijze en de plaats waar de return gespeeld wordt. Hierdoor kun je door dit af te stemmen op de rest van je spel de service zo spelen dat je jouw eigen sterke 3e en 5e slag in stelling kan brengen.

Druk – Een speler die zich bewust is van het feit dat zijn tegenstander een sterkere service heeft voelt vanaf de start van de rally de druk hiervan, zelfs als hij zelf moet serveren. Omgekeerd geldt dat het hebben van een sterkere service vaak betekend dat je iets meer relaxed achter de tafel staat.

Kennis – Het hebben van  een sterke service (liefst verschillende) betekent vaak dat je ook beter in staat bent om de service van je tegenstander te beoordelen en te retourneren.

Waaruit bestaat een goede service.

Deze vraag is moeilijker te beantwoorden dan de vorige aangezien je te maken hebt met meerdere omstandigheden. Wat in de ene situatie een uitstekende service is kan in een andere situatie waardeloos zijn. In plaats van een directe definitie van een goede service geven we hier een aantal factoren welke belangrijk zijn voor het spelen van een goede service waarmee we rekening houden met verschillende situaties.

Service met een dubbele stuit.

Deze variant van het serveren waar de bal indien deze niet na de eerste stuit geretourneerd wordt een tweede keer op de tafelhelft van de tegenstander zou stuiteren, is er een die zeer belangrijk is. Als je naar video’s van topspelers kijkt zul je zien dat deze wijze van serveren zeer regelmatig voor komt gezien de voordelen die het biedt. Hou er wel rekening mee dat de tweede stuit dicht tegen het einde van de tafel moet zijn voor optimaal effect. Hier geldt dus niet dat nog korter of meer stuiteren beter is, in tegendeel.

Belangrijke redenen voor de populariteit van deze service zijn:

A) Het is moeilijk om een dergelijke service aan te vallen met een sterke return. Aangezien de bal niet over het einde van de tafel gaat is het lastig voor je tegenstander om een normale loop bal te spelen, er is domweg niet genoeg ruimte tussen de tafel en de bal voor een dergelijke slag. Ze kunnen hooguit een aangepaste variant gebruiken welke slechts een fractie van de snelheid en topspin heeft van een normale loop. Wat vaak gebeurt bij een goede uitvoering van een dergelijke service is dat je tegenstander genoodzaakt is de bal terug te duwen of te schuiven. Hierdoor heb je zelf meer tijd om te herstellen na de service.

 B) Gezien je de tegenstander dwingt om boven de tafel zijn slag te maken in plaats van er achter verhinderd dit de natuurlijke slagbeweging. Door de afstand tot het net maximaal te houden door de 2e stuit tegen het einde van de tafel te hebben verhoog je het rendement van je effect en wordt de kans groter dat de bal in het net of slecht geretourneerd wordt. Door deze afstand tot het net wordt het ook moeilijker om op een dergelijke service een korte bal terug te spelen. De kans is dus groot dat je als return een bal krijgt die na de stuit de achterlijn van de tafel passeert waardoor je met optimale controle jouw eigen slag kunt uitvoeren.

C) Doordat het contactpunt van de bal relatief diep is (t.o.v. een korte service) beperk je de mogelijkheid van je tegenstander om een grote hoek te creëren. Hierdoor wordt je dus minder snel gedwongen om veel te bewegen en ben je beter in staat om de volgende bal te slaan.

D) De afstand zorgt er ook voor dat iedere fout die je tegenstander maakt bij het beoordelen van de spin die je hebt meegegeven aan de service uitvergroot wordt. Een foutieve beoordeling van een service die slechts een klein stuk van het net gespeeld wordt zal minder snel in een fout resulteren dan dezelfde fout bij een diepere service.

Een diepe service:

Dit zijn services waarbij de eerste stuit diep op de tafelhelft van de tegenstander land en de bal erna de tafel verlaat. Voordeel van deze servicevariant is vaak het verrassingselement. Door sterk te variëren met de richting waarin je deze service speelt en hem af te wisselen met een kortere variant kun je vaak sneller tot een open spel komen en zorgt de snelheid van de service er voor dat je direct druk kunt zetten. Het nadeel van diepe services is dat indien de tegenstander er op voorbereidt is je direct een aanvalsslag tegen kunt krijgen. Door de hogere basissnelheid van de service is het goed uitvoeren van een loop of spinbal meestal al voldoende voor een return met de nodige druk.

Plaatsing:

Naast de wijze van serveren en de diepte van de 1e bal is ook de plaatsing van de service van wezenlijk belang. Goede plaatsing hang met name af van je tegenstander. Afhankelijk van zijn positie achter de tafel bevinden zich delen van de tafel binnen zijn natuurlijke bereik. Daarnaast ben je gedeeltelijk afhankelijk van het verschil in retournerend vermogen van je tegenstander met diens voor- en backhand.

Plaatsing is met name duidelijk zichtbaar als het slecht gebeurt. De volgende twee zaken moet je bij iedere service proberen te voorkomen:

1 – Dat het hoogste punt van de bal na de stuit zich op of net achter de eindlijn bevindt. Je tegenstander heeft dan alle keuze wat hij met de return wil doen
2 – Dat het hoogste punt zich binnen de voor- en backhand “power zones” van je tegenstander bevindt.

Waarom Tafeltennis....    23-12-08                                              

Met tafeltennis kun je op elke leeftijd beginnen. Het zijn relatief eenvoudige technieken, die door iedereen en op iedere leeftijd te leren zijn. U bepaalt zelf uw spelniveau door te bepalen hoeveel technieken u wilt leren en in welke mate van perfectie. Tafeltennis lijkt heel flitsend te gaan (en dat gaat het ook), maar toch is het basisspel verrassend simpel te leren. Al na enkele lessen bent u in staat redelijk te spelen. Daarna zijn er zeer veel mogelijkheden om uw spel te verbeteren. Dit maakt tafeltennis ook een zeer boeiende sport. Sommige spelers beheersen bepaalde technieken tot in de puntjes en zijn op andere plekken zwak. Zolang de tegenstander de zwakke plekken niet weet uit te buiten zit je goed, ondanks dat je nog niet alles beheerst. Tafeltennis is een fysiek intensieve sport. Alle spieren worden gebruikt. Lopen en voetenwerk is belangrijk voor het innemen van de juiste positie. Armen, polsen en handen zijn uiteraard belangrijk voor het maken van de slag. Maar ook de spieren in de romp (borst, rug, e.d.) doen mee om de juiste houding te bepalen en het maken van de slagbeweging.
Gelukkig duurt een partij gemiddeld slechts 20 minuten, zodat u van de fysieke explosie even bij kunt komen. Tafeltennis is echter niet alleen een fysieke sport, er moet ook bij nagedacht worden. Voortdurend moet opgelet worden wat de zwakke punten van de tegenstander zijn en hoe daar het beste op gereageerd kan worden. Omgekeerd moet u proberen juist uw eigen zwakke punten te maskeren.
Dit maakt tafeltennis tot een tactisch intensief en daardoor interessant spel. Het voordeel is dat je niet op een bepaalde leeftijd hoeft te stoppen, omdat het allemaal niet meer bij te houden is. Daarnaast ontmoet je niet alleen mensen van je eigen leeftijd, maar ook jongeren en ouderen. Je kan dus voortdurend Het voordeel is dat je niet op een bepaalde leeftijd hoeft te stoppen, omdat het allemaal niet meer bij te houden is. Daarnaast ontmoet je niet alleen mensen van je eigen leeftijd, maar ook jongeren en ouderen. Je kan dus voortdurend van  anderen leren en ook aan anderen iets leren.

170 balwisselingen binnen de minuut. Dit werd geregistreerd op de Britse internationale kampioenschappen op 28 Februari 1986 in Newcastle door Allan Cooke en Desmond Douglas (GB). Dat is bijna drie balwisselingen per seconde. Dit werd op 7 Februari 1993 in Groot-Brittannië door Jackie Bellinger en Lisa Lomas overtroffen met 173 balwisselingen. In het moderne tafeltennis gaat het waarschijnlijk zelfs nog heel wat sneller.
De langste wedstrijd per ploeg: 1936 in Praag. De finale van de Swaythling-cup tussen Oostenrijk en Roemenië begon op zondag, 15 maart (11 uur) en eindigde de volgende woensdag.
Het grootste record in groep werd gevestigd op 27 April 2000 in Bremen, tijdens het Europees Kampioenschap. Op 40 tafels liepen 245 amateur-spelers zonder onderbreken van tafel tot tafel, 61 minuten lang. Deze actie kwam in het Guinness Book of Records.
Een professionele speler verliest tijdens een toernooi tot 3,5 kilo gewicht per dag. Tijdens een set (tot 21 punten) verbruikt hij ongeveer dezelfde energie als een lichtgewicht atleet, die 100 meter in 10,2 seconden loopt.
Smashballen waren ooit verboden vanwege het risico van schade aan de tegenstander.
Fred Perry was in 1929 wereldkampioen tafeltennis. Later ging hij over naar tennis en werd beroemd door zijn overwinning op Wimbledon.


Een harde smash gaat maximaal 180 km / h. De bal raakt het bat slechts 1 / 1000 seconde en vervormt daarbij plusminus tot 20 procent.
In een perfect aangesneden topspin draait de bal 50 keer per seconde rond zijn eigen as. Dit is, omgerekend 3000 toeren per minuut.
Op de wereldkampioenschappen in Praag 1936 "vochten" Ehrlich (Polen) en Paneth (Roemenië) 2 uur en 12 minuten voor één enkel punt. In datzelfde toernooi werd de ontmoeting tussen 's-Gravenhage-Auer (Frankrijk) en Goldberg (Roemenië) na 7,5 uur bij een stand van 5:3 in de 5e set door de toernooi-directie geannuleerd. De langste balwissel in de tafeltennis-geschiedenis duurde 8 uur en 33 minuten. Dit record werd gevestigd op 30 Juli 1978 in Stamford (USA) door Robert Stiegel en Donald Peters. Het wereldrecord tafeltennis staat op meer dan 31 uur. De langste enkelmatch ooit werd gespeeld door Uwe Geiger en Thomas Opiol van 14 tot 21 April 1985. Het langste dubbel ooit (102 uur) werd gespeeld door Roland Merklein, Volker Fernath, Hilmar Küttner en Helmut Hanus uit Stuttgart, van 23 tot 27 Mei 1980.
 

Ik het erg jammer vondt dat er afgelopen zaterdag zo weinig senioren waren om onze jeugd aan te moedigen bij de jeugdclubkampioenschappen. Ik Peter van Harte Feliciteer met zijn winst. Het een toch een geslaagde middag was. Ik zondag weer van de partij ben om alle senioren aan te moedigen bij de clubkampioenschapen. Ik zeer vereerd ben met een hoekje allen hoop dat er veel meer wist je datjes geplaatst zullen worden. Ik hoop dat de sport net zo leeft bij een ieder als bij mij. Tafeltennis voor iedereen met plezier voorop. Het weer Toppie gaat met mijn enkel en ik weer mobiel ben en gelukkig weer ermee kan lopen. Ik afgelopen zaterdag dus ook weer mijn eerst balletje voorzichtig heb geslagen. Fijne kerstdagen en tot zondag.

Pingpongbal redt het leven van een kleuter.
Dankzij een pingpongbal heeft een chirurg het leven gered van een tweejarig meisje. Dokter Albert Shun gebruikte de pingpongbal om te voorkomen dat de lever van het meisje tegen haar bloedvaten werd gedrukt. Het patiëntje had een lever ingeplant gekregen van een volwassene, maar dat orgaan bleek te groot voor haar lichaampje. De Australische kleuter zal de rest van haar leven met de pingpongbal opgezadeld zitten. Maar volgens dokter Shun zal het plastic balletje geen infecties veroorzaken. De chirurg belde naar eigen zeggen naar zijn vrouw met de vraag of ze in de supermarkt wat pingpongballetjes wilde gaan kopen. "Ik had een middel nodig om te voorkomen dat de lever de aders van het kindje dicht zou knijpen. Een tafeltennisballetje bleek de ideale oplossing. En goedkoop bovendien".