|
Frank verveelde zich
thuis, met dit als
resultaat.
(pdf)

Wist je dit van
tafeltennis.
(03-05-09)
In
1902 bedacht de
Engelsman Good, dat het
rubbermatje wat gebruikt
werd voor teruggave van
muntgeld, best als
bedekking van zijn
tafeltennisbatje
gebruikt zo kunnen
worden - dit zou je
kunnen zien als een
voorloper van het nu
bekende noppenrubber.
In het
seizoen 1931/1932
bepaalde de ITTF, dat er
geen onderscheid meer
gemaakt mag worden
tussen profs en amateurs
- er zijn alleen nog
maar 'spelers'.
Vanaf
ca. 1930 tot 1950 was
tafeltennis verboden in
de voormalige
Sovjet-Unie omdat het
spel als onveilig voor
de spelers werd
beschouwd. Pas sinds
1988 maakt tafeltennis
deel uit van de
Olympische spelen.
Sindsdien heeft slechts
één Europese speler één
van de 20 gouden
medailles mogen
ontvangen (Wie anders
dan
Jan Ove
Waldner). Drie
gingen er naar
Zuid-Korea en de overige
16 waren allemaal voor
China.
Fred
Perry,
de beste Britse
tennisser aller tijden,
voordat hij begon met
tennis eerst
wereldkampioen
tafeltennis was? Pas
jaren later won hij tot
3x toe Wimbledon.
Een
tafeltennisbal
die met maximale topspin
geslagen wordt door een
topper tot wel 9000
rotaties per minuut
kan hebben?
In
Zweden en China
er overheidsbudget
vrijgemaakt wordt om
toptafeltennisers te
kunnen laten trainen?
Begin jaren
zeventig de Verenigde
Staten en China middels
tafeltennis toenadering
hebben
gezocht? Inmiddels is de
term
"table
tennis diplomacy"
een begrip.
Er drie
soorten grepen bestaan
namelijk:
1. de
shakehandgreep
2. de
Japanse penhoudergreep
3. de
Chinese penhoudergreep.
1.In de
Europese landen wordt
het palet meestal
vastgehouden zoals
kleine kindjes een
geweertje vormen met hun
hand. De pink,
ringvinger en
middenvinger zijn rond
het houtje, de
wijsvinger ligt langs de
ene kant op de rubber en
de duim aan de andere
kant op de rubber.
2.In
andere landen, vooral
China, houdt men het
paletje vast als een
pen, ook wel de
penhoudergreep genoemd.
Duim en wijsvinger komen
hier aan dezelfde kant
tegen het rubber. Deze
greep houdt ook in dat
er normaal gesproken
maar met één kant van
het palet gespeeld
wordt, hoewel
uitzonderingen bestaan.
Meervoudig
World Cup
winnaar
Wang Hao
staat er bijvoorbeeld
juist om bekend dat hij
ondanks zijn
penhoudertechniek toch
zijn backhand gebruikt.
Over het algemeen slaan
penhouders niettemin met
maar één kant van het
batje en hebben daarom
vaak maar één rubber op
het batje/palet. De
houten kant van de palet
moet dan wel geverfd
zijn in het rood/zwart,
afhankelijk van welke
kleur het rubber heeft.

KLEDING:
(09-04-09)
Er zijn
heel veel misverstanden
over de kleding wat nu
wel mag en wat nou niet
mag.
Hier dus
de uitleg.
Uitrusting
Normaal
gesproken dient de
kleding tijdens een
tafeltennis wedstrijd te
bestaan uit een t shirt
met korte mouwen, een
korte broek of rokje,
sokken en schoenen met
een zachte zool. Andere
kleding zoals onderdelen
van een trainingspak
mogen alleen als de
scheidsrechter geen
bezwaar heeft.
Kleur
De
kleding mag iedere kleur
hebben behalve dezelfde
kleur als de
speelbal. Alleen de
mouwen, het kraagje en
eventuele zoom van de
diverse kledingstukken
mogen dezelfde kleur als
het balletje hebben.
Sponsoring
De
kleding mag zijn
voorzien van gesponsorde
delen echter moeten die
voldoen aan de volgende
voorwaarden: Het
kledingmerkje mag niet
groter zijn dan 24 cm2.
In het totaal mogen er
inclusief het
kledingmerk niet meer
dan 6 (duidelijk van
elkaar
gescheiden) sponsoruitingen
op de kleding aanwezig
zijn waarvan niet meer
dan 4 aan de voorzijde
en niet meer dan 2 aan
de achterzijde. De
totale oppervlakte van
de uitingen mag niet
meer dan 600 cm2
bedragen waarbij geldt
dat de achterzijde niet
meer dan 400 cm2 aan
uitingen mag hebben. Op
het broekje mogen niet
meer dan 2 uitingen
aanwezig zijn waarvan de
totale oppervlakte niet
meer mag zijn dan 80
cm2.
Beperkingen
Voor
alle onderdelen,
teksten, afbeeldingen en
zelfs eventuele
sierraden geldt dat deze
niet dusdanig hinderend
of reflecterend mogen
zijn dat dit de
tegenstander zou kunnen
benadelen. Het dragen
van zowel sokken als
schoenen met zachte
zolen is verplicht net
als het dragen van een
shirt en broekje of rok
(die laatste alleen voor
vrouwen). De uitingen op
de kleding mogen in
woord of beeld niet
beledigend, uitdagend of
op andere wijze storend
zijn. Het is niet
toegestaan te spelen in
legerkleding of
aanverwanten, gescheurde
of verknipte kleding,
spijkerbroek of shirt.
Het is vrouwen wel
toegestaan te spelen in
een blouse zonder
mouwen. Iedere vraag
over de toelaatbaarheid
van de kleding moet via
de scheidsrechter
verlopen.
Tegenstanders
De
kleding van de spelers
uitkomend voor
verschillende teams
moeten voldoende van
elkaar te onderscheiden
zijn. Als bij
onvoldoende onderscheid
de spelers er
onderling niet uitkomen
zal de scheidsrechter
bepalen welke speler een
ander shirt moet
dragen.

Wanneer, hoe en waar
raak je nou de bal?
(08-04-09)
De
basisprincipes van
alle slagen bij
het tafeltennis hebben
te maken met slechts 3
zaken. Wanneer,
Hoe en Waar
raak je de bal.
Deze stelregels gelden
voor iedere grip,
speelstijl, materiaal of
persoonlijke techniek.
Wanneer sla je de
bal..... Timing!
1- Voor het hoogste
punt, stijgende bal.
2- Op het hoogste punt,
hangende bal.
3- Na het hoogste punt,
dalende bal.
Hierin zijn uiteraard
diverse nuances aan te
brengen, zoals vlak voor
of na het hoogste punt,
halverwege, enz. Het
principe blijft echter
hetzelfde.
Voor timing , ofwel
wanneer sla ik de bal
geldt dat het wellicht
het moeilijkste
onderdeel van het
tafeltennis is gezien de
tijd die beschikbaar is
tijdens een rally om je
keuzes te maken beperkt
is.
De uiteindelijke slag is
voor bepaling van
het "wanneer"
afhankelijk van nog 2
zaken; de wijze waarop
de bal is geslagen en de
wijze waarop je hem wilt
retourneren. We
kijken eerst naar hoe
we de willen terugslaan
en wat dit inhoudt voor
de timing:
Hoe sla je de bal,
Snelheid, dood of
rotatie?
1 - Snelheid:
Snelheid bereik je door
het voorwaarts in de
richting waar de bal
vandaan komt te slaan.
De mate van snelheid
wordt naast de
bewegingssnelheid en de
houding van het
badje bepaald door het
materiaal en de snelheid
van de slag van de
tegenstander. Indien het
badje "vlak" gehouden
wordt bij het slaan van
een voorwaartse bal hoor
je door het contact van
bal en badje vaak een
hard, scherp "houten"
geluid. Dit komt doordat
het contact van de bal
dusdanig is dat de
maximale rek van het
rubber en de onderlaag
is bereikt en er contact
wordt gemaakt met het
hout onder de rubbers.
Bij het horen van dit
geluid gaat de
meeste energie van het
badje in het produceren
van een voorwaartse
beweging, er zal dus
niet veel spin aan de
bal zitten.
Hoe "sneller" de houten
ondergrond des te
sneller zal de bal
vertrekken. Dit geldt
ook voor de rubbers,
onderlaag en lijm (zie
ook: Materiaal).
Maximale snelheid zit
normaal gesproken aan
counters en smashes.
2 - Dood:
Een dode slag, ofwel
zonder tempo of rotatie.
Het geluid wat
geproduceerd wordt is
minimaal en
hooguit zacht
en dof. Het is met name
effectief indien de
tegenstander zich verder
van de tafel bevindt.
Indien de bal het
net raakt speelt
men vaak een dode slag
om de bal zo kort
mogelijk over het net te
spelen waardoor het
aanvallen moeilijk
gemaakt wordt. Een dode
bal kenmerkt zich
doordat een goed
uitgevoerde versie
diverse malen op de
tafel zal stuiteren
voordat hij de tafel
verlaat, waarmee
de tegenstander
gedwongen wordt naar de
bal te reiken. Dode
ballen werken ook goed
tegen sommige materialen
die gemaakt zijn
om effect uit het spel
te halen.
3 - rotatie:
Door het badje in de
beweging langs het
balletje te halen creëer
je bal rotatie (spin,
effect). De mate
van rotatie bepaal je
door de stand van het
badje ten opzichte van
het contactpunt van de
bal, de
bewegingsrichting en de
snelheid waarmee je
de beweging uitvoert.
Ook de mate waarin je de
balrotatie van de
tegenstander overneemt
en het materiaal waarmee
je speelt hebben hierop
invloed. Het geluid
is een dof afgestopt
geluid. Dit komt omdat
de dempende
onderlaag veel van het
geluid opneemt. bij het
horen van dit geluid dan
gaat de meeste energie
van het badje in het
produceren van rotatie
ofwel spin of effect.
Trage loops, services en
geschoven ballen hebben
vaak het meeste effect.
Vrijwel alle ballen zijn
een combinatie van
snelheid en effect.
Snelle loop en op het
hoogste punt geslagen
geduwde ballen of
terugloop ver van de
tafel zijn een
evenredige mix van
rotatie en snelheid. Hoe
je de bal slaat is ook
afhankelijk van het type
bal dat de tegenstander
slaat. Afhankelijk
daarvan heb je een
bepaalde
bewegingsrichting van de
uit te voeren slag.
Hiervoor hebben we het
volgende overzicht:
Waar sla je de bal?
Dit is de belangrijkste
van de 3 principes
gezien het beoordelen
van het raakpunt meer
dan de andere 2 (timing
en slagwijze) bepaald of
de uitgevoerde slag
succesvol is. Het op het
verkeerde punt de bal
raken zorgt vrijwel
altijd voor een direct
of indirect punt voor de
tegenstander.
Belangrijkste van het
"waar" is dat je altijd
de voorkant van de bal
dient te raken. Dit is
echter een gedefinieerd
veranderlijk bereik
afhankelijk van onder
andere de
bewegingsrichting van de
bal en dus geen bepaald
punt op de bal. Om dit
nader uit te leggen laat
ik in het onderstaande
plaatje zien wat daarmee
bedoeld word

Afgaand op het
bovenstaande plaatje kun
je dus concluderen dat
met de voorkant van de
bal bedoeld wordt dat
deel van de bal dat
wijst in de richting
waarin de bal op het
moment van contact
beweegt. Zou je de bal
bekijken vanaf de
locatie van de blauwe
pijl dan zou je dus een
rood puntje zien. Dit
rode puntje noem ik
vanaf nu het "midden"
van de bal.
Combineren we nu het
overzicht uit het eerste
plaatje met de andere
twee dan krijgen we het
volgende te zien qua
raakpunt:


Wie slaat DE HARDSTE
BAL.
(29-01-2009)
|
|
|
| |
Pingpongers
denken natuurlijk
allemaal dat ze heel wat
power in hun
armpie hebben, maar
welke Nederlandse
tafeltennisser kan nou
eigenlijk de hardste bal
slaan? Om die vraag te
beantwoorden heeft
pingpongdemo.nl een
competitie gelanceerd.
Met onze professionele
snelheidsmeter kunnen we
namelijk heel nauwkeurig
meten met hoeveel
kilometer per uur de bal
wordt geslagen. De
competitie is op 9
januari gestart bij SKF
in Veenendaal en zal de
rest van het
kalenderjaar duren. De
speler die aan het einde
van 2009 de hardste bal
heeft geslagen, kan op
een leuke prijs rekenen.
Voorlopig is Boris de
Vries van Smash '70
de beste met een bal
van 104 kilometer per
uur. Hij staat daarmee
zowel bij de junioren
als de senioren
bovenaan. Bij de dames
gaat ook een
jeugdspeelster aan de
leiding. Dianne
Overbeeke van Hotak '68:
78 km/u. Op de
foto hiernaast Rick den
Hertog, de nummer twee
bij de heren.
Ook meedoen? Laat het
demoteam met
snelheidsmeter
langskomen op de club of
huur alleen
de snelheidsmeter voor
een dagje (of langer).
Stuur ons een mailtje
voor de spelregels en
voorwaarden (info@pingpongdemo.nl) |
Misschien wel leuk voor
onze club om te bepalen wie de
hardste bal slaat, of het
demoteam eens een demo te laten
geven. Altijd leuk ook voor de
jeugd of andere
activiteit. Frank

Donatie / Sponsoringactie
Hierbij wil ik een oproep doen aan
een ieder. Het streven van onze
vereniging is om in 2010 de vloer te
gaan vernieuwen omdat deze aan
vervanging toe is. Natuurlijk weten
we allemaal dat dit een zeer dure
aangelegenheid en investering is en
dus een boel eurocentjes gaat
kosten. Deze kosten onze vereniging
niet alleen kunnen dragen omdat wij
dit gewoon weg niet hebben. Nu
hebben wij het volgende bedacht.
Wie wordt de donateur of sponsor van
2009
In de
kantine van ons clubgebouw komt een
bord te hangen met daarop de Top 10
of Top 25. Met daarop de namen van
de grootste desbetreffende donateur
of sponsor. Het is natuurlijk
mogelijk om op diverse manieren een
donatie te doen, door middel van
bijvoorbeeld eenmalig of maandelijks
een bedrag te schenken. Ook kan men
denken om bijvoorbeeld een
tafeltennistafel te sponsoren waarop
dan bijvoorbeeld jouw naam op de
zijkant komt te staan dat jij dus de
gene bent die deze tafel financiert.
Ook kan het natuurlijk mogelijk zijn
dat een bedrijf ons een financiële
injectie schenkt of misschien wel de
gehele vloer, dit zou natuurlijk
fantastisch wezen. Mochten er bij
mensen bekent zijn welke bedrijven
ons dan ook op wat voor manier
zouden willen sponsoren, laat ons
dit dan weten, dan nemen wij verdere
actie en toenadering tot dit
bedrijf. Uw financiële steun kunt u
kwijt aan de betreffende personen
Marcel van Dee en Frank van
Pinxteren of natuurlijk het bestuur.
Laat dit altijd weten aan Frank
van Pinxteren dit in verband met het
bepalen wie de donateur of sponsor
wordt van 2009. En om het bord in de
kantine bij te kunnen werken en
houden. Tevens wordt er dan aan
het eind van het jaar de winnaar
bekent gemaakt en kan deze een leuke
verrassing in ontvangst nemen. En
lieve mensen denk nou niet dat
bij de gene die op de eerste plaatst
staat jouw financiële steun er niets
meer toe doet. Nee elke euro is
er eentje die ten goede komt en
besteed gaat worden namelijk aan
onze nieuwe vloer. Elke
financiële steun is welkom op welke
manier dan ook. Dus
laten we met ze alle deze droom waar
gaan maken en zorgen dat de vloer er
komen gaat. Alvast Hartelijk Dank
voor uw gulle gift en medewerking.
De
sponsorwervingcommissie

Tafeltennis Astrologie
(01-01-09 00.18)
Zo het
nieuwe jaar 2009 is begonnen weten
jullie dat er ook een astrologie is over
tafeltennis, lees hier wat er in de
sterren staat over tafeltennis.
|
|
Is het louter hocus-pocus, een
handig handeltje dat gebruik
maakt van de goedgelovigheid, of
een praktische levensgids die
aangeboren talenten en zwaktes
kan aangeven? Vanzelfsprekend
heeft het weinig zin om in
horoscopen te gaan schrijven:
"De dag heeft voor u enkele
prachtige topspins in het
vooruitzicht, of: het is een dag
om speciaal veel aandacht te
besteden aan uw service…"
|
In de astrologie zijn er vier
basiskarakters: het luchttype (de
denker), het vuurtype (de levendige),
het watertype (de gevoelige) en het
aardetype (de praktische). Welk type je
bent wordt bepaald door je sterrenbeeld,
meer bepaald: VUUR: Ram, Leeuw,
Boogschutter, AARDE : Stier, Maagd,
Steenbok, LUCHT: Tweelingen, Weegschaal
, Waterman. WATER : kreeft, Schorpioen,
Vissen
Opvallend voor onze sport is dat veel
topspelers ervan geboren worden onder
een luchtteken. Dit kan te maken hebben
met de finesse die aan tafeltennis eigen
is. Bekende voorbeelden: Jörg Rosskopf,
Peter Karlsson, Eric Lindh (tweeling),
Jan-Ove Waldner, Mikael appelgren,
Jean-Philippe Gatien (weegschaal),
Verdedigers zijn wel vaker waterman.
Hieronder de kenmerken van de diverse
sterrenbeelden. Oordeel zelf maar!
-
Ram
(21/03-19/04): hier vinden we de
aanvalsspeler bij uitstek. Hij/zij
is snel, aggressief en heeft een
uitstekende kampgeest. Hij is geen
strateeg maar een tacticus. Hij is
ook een beter enkel- dan
dubbelspeler. Ploegwerk ligt hem
niet zo. Bv. Vladimir Samsonov. Bij
ons : Dirk VK
-
Stier
(20/04-20/05): hij is het type dat
probeert om het spel te vertragen.
Er zijn relatief weinig (top)spelers
van dit sterrenbeeld . In principe
zijn ze te traag voor het spel. Maar
bedenk dat niemand enkel één
sterrenbeeld heeft: de ascendant
speelt ook een rol. Bv. Zoran
Primorac.
-
Tweeling
(21/05-20/06): zonder twijfel het
teken met de grootste
reactiessnelheid, en dus uitstekend
geschikt voor tafeltennis. Tevens
een prima dubbelpartner. Vb. Wang
Liqin (huidig nr. 1 in de wereld bij
de mannen, Jörg Rosskopf, Thierry
Cabrera, bij ons: Lieven,
verjaart op 20/06. en ook Geert
-
Kreeft
(21/06-22/07): ook de kreeft zal men
niet vaak aantreffen in onze sport.
De snelle reacties zijn er voor
hem/haar te veel aan. Hij speelt wel
graag dubbel. Bv. Philippe Saive.
bij ons : Chiel
-
Leeuw
(23/07-22/08): hij speelt met grote
inzet en zegedrift. Enkel al zijn
zelfverzekerd optreden kan zijn
tegenstander van hun stuk brengen.
Hij is zeker geen trainingsgek, en
omdat hij veel plaats nodig heeft is
hij zeker niet de ideale
dubbelpartner: bv. Ryu Seung Min, de
Koreaanse Olympische kampioen 2004
bij de mannen, Bettine Vriesekoop.
Bij ons : Jean-Pierre
-
Maagd
(23/08-22/09): de ijverige,
leergierige speler die altijd aan
zichzelf werkt. Nooit tevreden over
zichzelf. Snel en intelligent, maar
niet zo stressbestendig als leeuw of
schorpioen. Vb. Trinko Keen., bij
ons : Jurgen, Willy
-
Weegschaal
(23/09-22/10): net als bij alle
luchttekens: snelheid en
beweeglijkheid. Opvallend bij de
weegschaal is de vaak elegante
spelstijl. Bv. Jan-Ove Waldner,
Werner Schlager, Zhang Yining (de
Chinese nummer 1 van de wereld bij
de vrouwen, tevens Olympisch
kampioen 2004). Bij ons Thijs
(17/10) en Dimitri (18/10) en
Stefaan
-
Schorpioen
(23/10-21/11): dit is het type dat
zich ten volle aan het spel geeft.
Vaak is hij zelfs een slecht
verliezer. Vb. Jean-Michel Saive.
Bij ons Jan en Gerdo (4/11)
-
Boogschutter
(22/11-21/12): in tegenstelling tot
de schorpioen is dit het type dat
plezier heeft aan het spel zelf. Hij
laat zich graag verleiden tot het
meer riskante spel. Vb. Wang Hao (Chn,
nummer 3 van de wereld), Patrick
Chila.
-
Steenbok
(22/12-19/01): niet de beste, maar
steeds bereid tot intensieve
trainingen. Hij legt zich meer dan
anderen ook toe op conditietraining.
Vb. Ding Yi.
-
Waterman
(20/01-18/02): Het meest typische
luchtteken: snelheid, samen met veel
verrassingseffecten in het spel. Erg
onberekenbaar type dat zelfs in
schijnbaar verloren situaties nog
het punt kan winnen: vb. Chen Xinhua.
-
Vissen
(19/02-20/03): Zet niet alles in op
tactiek en techniek, maar vertrouwt
sterk op zijn instinct. Laat zich
weinig verrassen. Vb. Ma Lin (huidig
nr. 2 van de wereld), Timo Böll (nr.
4 en eerste Europeaan).

Chinezen en
tafeltennis (31-12-08)
Wat voetbal is voor Nederland, is
tafeltennis voor China. Tientallen
slagenwisselingen in één minuut. Ze zijn
klein, behendig en hebben een
reactievermogen zo vlug als water. Chinezen
en tafeltennis. Het is een combinatie die
menig Hollands tafeltennistalent doet
verzuchten. Met de Olympische Spelen sleepte
China in totaal negen keer goud in de wacht.
Drie gouden plakken restte voor het overige
deel van de wereld. ‘Het grote Chinese
geheim is de simpelheid en de consequentie
waarmee alles wordt uitgevoerd. China
domineert op tafeltennisgebied, maar de hoop
voor Europa is nog niet vervlogen. ‘De
fantasieloze beeltenissen van Mao verdwijnen
even snel als de stenen tafels die elf jaar
geleden in parken, bij fabrieksgebouwen en
wooncomplexen nog standaard waren. De
Chinese tafeltennissers zijn in alle
categorieën vaak de grootste favorieten.
Tafeltennis is geen Chinese uitvinding. De
Britten hebben het patent op het spel. Dat
begon zo: ofwel bleef de hemel droog en dan
speelde de vermogende klasse na een copieus
diner tennis in de tuin. Ofwel regende het
en dan bleven zij binnen, lieten de tafel
afruimen en sloegen met sigarendoosdeksels
een champagnekurk heen en weer. Dat was het
negentiende-eeuwse begin. Dit is het
tafeltennis nu: topsport door behendige,
effectgevoelige en explosieve atleten die
met hightech paletten celluloidballen tegen
honderd km per uur en meer naar de overkant
van de tafel jagen. De Chinezen kunnen dat
het best. De wereldranglijst van de
Internationale Tafeltennisfederatie (ITTF)
spreekt voor zich: de Chinese mannen houden
de eerste vier plaatsen bezet, de vrouwen de
eerste vijf. Wang Hao staat op één bij de
mannen, Zhang Yining bij de vrouwen. Het
geschiedenisboek van de Olympische Spelen
bevestigt de suprematie. Sinds het
tafeltennis in 1988 tot olympische sport
werd opgetild, sleepte China ruim de helft
van alle medailles in de wacht, het dubbele
van de tweede in de stand, Zuid-Korea. De
Chinese vrouwen wonnen op het dubbeltoernooi
in Seoel alles. De mannen zegevierden
individueel twee keer en in het dubbel vier
keer.
Wat hebben de Chinezen dat de rest van de
tafeltennissende wereld niet heeft? De
geknipte lichaamsbouw, is een vaak gehoorde
uitleg: ze zijn klein, behendig, snel en
explosief. Anderen verklaren dat ze mentaal
onverstoorbaar zijn. Een Chinees kan
zichzelf wegredeneren en het spel
belangrijker vinden dan zichzelf. In
opperste concentratie is er bij de Chinezen
geen plaats voor wegdromen, irritatie of
gekwetstheid." Jean-Michel Saive geeft een
meer wereldse uitleg: "Ze trainen zich
ziek." Ze moeten wel, want de concurrentie
in China is moordend. Het land telt naar
schatting 10 miljoen competitiespelers en
een leger van 800 voltijdse tafeltennissers.
Enkel de allerbeste worden geselecteerd voor
het nationale trainingscentrum in Peking. Op
extreem hete dagen is tafeltennis in China
een staatsaangelegenheid. Via de radio wordt
de bevolking gewaarschuwd de kunststof
balletjes veilig op te bergen, om te
voorkomen dat ze smelten. Zo leeft dus het
tafeltennis in China.
Zo het is vandaag weer de laatste
dag van het jaar het jaar is voorbij dus
tevens ook het laatste bericht van dit jaar
ik hoop dat jullie het afgelopen jaar hebben
genoten van het tafeltennis en ook dit weer
het komende jaar zullen doen en sportief
zullen beleven. Hoop ook dat jullie van mijn
berichtjes hebben genoten. Hierbij wil ik
iedereen een heel goed uiteinde toewensen ,
en vooral een heel goed, gezond, gelukkig &
sportief 2009 toewensen en pas op met
vuurwerk. Tot volgend jaar Frank.

Tafeltennis
Ontdekking Uit Drenthe (30-12-08)
Binnenkort wordt in
het blad Nature een recente ontdekking
gepubliceerd middels bevindingen van oud Emmen
lid Erik Drent, archeoloog. Hij heeft middels
opgravingen en studies onomstotelijk bewezen dat
de oudste vorm van tafeltennis door onze verre
voorouderen, de hunebedbouwers, al werd
gespeeld. Uit diverse vondsten blijkt dat de
tafel een zo vlak mogelijk hunebeddeksteen was.
De bal was een zogenaamde knook. Een uit een
hert uitgeholde bot uit de heup die
waarschijnlijk werd omhuld door pezen. Van het
slaghout is niet veel bekend. Er werd slechts 1
exemplaar gevonden vlakbij Klazienaveen en
behouden door het veen. Dit was een plak
Berkenhout met een gat nabij de rand. Volgens de
expert ging daar de duim in en werd er zo
gespeeld.
Van een net is niets bekend en van de regels ook
niet, maar toch is er heftig gevochten destijds
al om de eer en misschien wel meer. Door unieke
symbolen gekrast in een steen is op te maken dat
er toen al een kampioen was. Dus eigenlijk de 1e
Drentse kampioen.

Tafeltennisgeschiedenis
(30-12-08)
Tafeltennis als vermaak
De
ontstaansgeschiedenis van Tafeltennis is alleen te zien
in samenhang met andere takken van sport, vooral tennis.
Net als bij vele sporten, begon tafeltennis als een
sociaal verzetje; het was vermoedelijk voor het eerst
gespeeld - met geïmproviseerd materiaal - in Engeland,
ergens in het einde van de 19e eeuw. Tafeltennis is, net
als badminton en het huidige tennis, afkomstig van het
middeleeuwse tennis.
Tafeltennis
was al populair in de vorige eeuw. In Engeland werd in
1884 octrooi verleend op de naam "Miniature-Indoor-Tennis-Game".
Dit spel werd gespeeld met een kleine gummibal (met
lucht gevuld). Het spel was ook al vroeg geïntroduceerd
in de Verenigde Staten en het is mogelijk dat het eerste
materiaal al in 1887 vervaardigd werd. In 1890 werd de
celluloid-bal 'uitgevonden' door de Engelse ingenieur
James Gibb.
Rond 1900 was het spel bekend onder de huidige namen
("Tafeltennis" en "Ping-Pong"), en verschillende
merknamen als "Gossima", "Flim-Flam", "Pim-Pam"
(Frankrijk) en "Whiff-Whaff" (Amerika).
Aanvankelijk werd het spel in speciale clubs en cafés
gespeeld. In 1899 werd in Berlijn de "1e Berliner Tennis
und Ping-Pong Gesellschaft" opgericht. Er werden zelf al
snel 'ping-pong'-liedjes en -kleding geïntroduceerd. Het
spel bleef echter voorbehouden aan de hogere kringen.
Ping-Pong
De naam "Ping-Pong"
ontstond door het geluid dat de celluloid-bal maakte op
de tafel en de toen gebruikte 'rackets'. Vroegere
rackets werden gemaakt van kurk, perkament, karton en
hout bedekt met doek, fluweel, leer of schuurpapier. Als
bal werd soms gespeeld met champagne-kurken of bolletjes
wol.
In 1900
werd in Engeland op de naam "Ping-Pong" octrooi verleend
(onder nummer 19070) door "J. Jacques & Son" - hierna
werd het spel een echte modegril. Er zijn vele
verwijzingen en afbeeldingen van hoe het toen gespeeld
werd, meestal in een huiselijke omgeving door de hogere
kringen.
Toen had
het tafeltennis al een paar van zijn hedendaagse
complexiteiten verkregen, maar het werd nog steeds
gezien als een 'after-dinner' amusement in plaats van
een sport: 'smashes' werden als onsportief beschouwd.
In 1902
bedacht de Engelsman Good, dat het rubbermatje wat
gebruikt werd voor teruggave van muntgeld, best als
bedekking van zijn tafeltennis-batje gebruikt zou kunnen
worden - dit zou je kunnen zien als een voorloper van
het nu bekende noppen-rubber.
In 1903 werd in een artikel gewaarschuwd voor het dragen
van een kostuum met een gesteven overhemd en, voor de
dames, een satijnen jurk. Maar verder werd ook
gedetailleerd advies gegeven over geribbeld rubber, de
penhoudergreep en tactieken.
Het was populair in Midden-Europa tussen 1905 en 1910,
maar reeds daarvoor was een aangepast versie al
geïntroduceerd in Japan, waarvan het later verspreidde
naar China en Korea.
In West-Europa en Amerika kwam er een korte terugval in
de populariteit. Pas na de eerste Wereldoorlog groeide
de interesse weer. Het spel werd weer herontdekt in
Engeland en Wales in de periode na 1920. Toen waren het
de tennisverenigingen die hun leden ook in de winter
wilden bezighouden en daarom deze wachttijden met
tafeltennis bekortten. Bij koude en regen kon in de
clublokalen van de tennisverenigingen het 'echte'
tennisspel worden nagedaan. Hoogte van het net en omvang
van de tafels werden aan het toeval overgelaten.
Tafeltennis als sport
In
Duitsland werd het tafeltennis uitgebouwd tot een echte
sport - de twee eerste internationale kampioenschappen
vonden daar plaats. In die jaren rond 1925 werden
Nationale bonden geformeerd. Ook de standaardisatie van
de regels begon, zowel in Europa als in het verre
oosten.
In 1926 is de ITTF (International Table Tennis
Federation) gevormd in Berlijn met Denemarken,
Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk,
Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden als leden. Later dat
jaar werd de USA ook lid.
Sommige veranderingen - een verlaging van het net, een
tijdsregel tegen onaantrekkelijke wedstrijden tussen
verdedigende spelers en regels ter voorkoming van extra
voordeel voor de serveerder - werden geïntroduceerd in
de jaren na 1930.
In het seizoen 1931/1932 bepaalde de ITTF, dat er geen
onderscheid meer gemaakt mag worden tussen profs en
amateurs - er zijn alleen nog maar 'spelers'.
Vanaf ca. 1930 tot 1950 was tafeltennis verboden in de
voormalige Sovjet-Unie omdat het spel als onveilig voor
de ogen werd beschouwd.
De USTTA (United States Table Tennis Association) werd
opgericht in 1933 en sloot zich aan bij de ITTF. De in
1930 opgericht Amsterdamse TafeltennisBond sloot zich in
1933 ook aan bij de internationale federatie. In 1935
werd de NTTB (Nederlandse TafelTennisBond) opgericht.
In 1936 (nog voor invoering van de tijdsregel) kwam de
langste rally tot stand, die bij tafeltennis ooit
plaatsvond - bij de WK in Praag werd 2 uur lang
gestreden om 1 punt! Tevens werd toen door 2 andere
spelers de langste partij ooit gespeeld - na 7 uur werd
de partij in de 5e game afgebroken! Hierna werd de
tijdsregel ingevoerd.
In de jaren 50 was er in de tafeltenniswereld veel ophef
over het gebruik van sponsrubber. In 1952 verraste de
Japanner Satoh met zijn nieuwe rubber iedereen en werd
onbedreigd wereldkampioen. De dikte van het rubber
zorgde voor een soort katapult-effect, waardoor er
enorme snelheden aan de bal werden gegeven. In defensief
opzicht hoefde men alleen de bal tegen te houden, zo
groot was de veerkracht. Deze revolutie noopte de
Oostenrijkse bond tot het voorstel om twee
internationale federaties op te richtten, één voor
sponsspelers en één voor de rest. Pas in 1958 besloot de
NTTB het sponsrubber te verbieden. In 1959 volgde de
ITTF het besluit van veel nationale bonden.
In 1957 was de ITTF zodanig gegroeid, dat besloten werd
om continentale bonden op te richten - De Europese
Tafeltennisbond ontstond; deze naam werd later veranderd
in de ETTU (Europese Tafeltennis Unie).
In 1961 werd de tijdsregel gewijzigd tot een
'versnellingsregel'; na 15 minuten spelen moeten alle
volgende punten binnen een serie van 12 slagen behaald
worden...
In 1971 was de USA-tafeltennis-delegatie naar China
voorpaginanieuws onder de kop "Ping-pong diplomatie".
Het uitstapje creëerde niet alleen grotere bewustwording
voor de sport maar plaveide ook de weg voor betere
diplomatieke verhoudingen tussen de Verenigde Staten en
China.
Gedurende de jaren na 1960, ontwikkelde tafeltennis zich
tot een wereldwijde sport, beoefend door zo'n 40-miljoen
spelers in competitieverband en door ontelbaar veel meer
spelers die het spel wat minder serieus spelen. Het spel
is in essentie niet veranderd sinds de beginjaren, maar
is echter wel sneller, subtieler en veeleisender
geworden - zelfs in vergelijk met maar twintig jaar
geleden.
Vanaf 1960 begon China de Wereld Kampioenschappen te
domineren. Dit duurde tot 1980, toen tafeltennis in de
Olympische Spelen werd geïntroduceerd. Vandaag de dag
zijn Europeanen de hoogst gerangschikte spelers bij de
mannen; bij de vrouwen domineren de Aziatische landen.

Is
tafeltennis de snelsport? (29-12-08)
Als snelheden van de
bal bekeken wordt, is tafeltennis niet de snelste
balsport van de wereld. De vier snelste zijn :
 |
1. Badminton
(260,6 km/uur)
2. Squash (241,3 km/uur)
3. Tennis (241,0 km/uur) (gemiddelde snelheid;
services kunnen sneller geslagen worden)
4. Tafeltennis (178,5 km/uur)
|
Waarom noemen ze dan TOCH
tafeltennis de snelste balsport ter wereld ???
Het is niet de snelste bal, maar
de sport met de snelste balwisseling !
En zoals je hieronder kan
lezen zijn er verschillende punten die je samen moet
bekijken
1°
Bij een keiharde afmaakslag kan de bal een snelheid
van 250 km/u bereiken. Bij het duwen komt men
slechts tot 25km/u bereiken.
2° Als de bal de bat raakt is deze
slechts 1/1000 van een seconde in contact .
3° Dat bij de topspinslag de bal
per seconde 50 maal om zijn as draait, dit zijn 3000
rotaties per minuut .
4° Dat bij een afmaakslag de bal
een druk van 1 ton moet verdragen .
5° Dat een oranje bal meer
stimulerend is en minder vermoeiend is dan de witte
bal .
6° De hoogste snelheid van de arm
bij een afmaakslag 35 – 40 km/u kan bedragen
7° bij
badminton en squash remt de bal hard af, enkel bij
het vertrek zullen dergelijke snelheden behaald
worden
8° Het gaat,
als je over de snelheid van een sport spreekt, om de
tijd die een sporter krijgt om te reageren. Stel een
voetballer neemt een strafschop. Bij een snelheid
van 90km/uur zal de bal in 0,45 seconden de hoek
bereiken. Bij tafeltennis heb je, omdat de tafel zo
klein is, slechts 0,025 tot 0,040 seconden de tijd
om de bal te raken.
9° In de
tijd die een honkbalpitcher nodig heeft om de bal
over de thuisplaat te werpen, is het
tafeltennisballetje in een topwedstrijd 4 keer over
het netje gegaan. Het balletje heeft niet alleen
veel snelheid, het draait door het effect ook zeer
snel om zijn as. Er is ooit een effect-wedstrijd
gehouden, waarbij het aantal omwentelingen van de
bal werd gemeten. Eén van de broers Mazunov won deze
wedstrijd. Het door Mazunov geslagen balletje werd
“geklokt” op 9000 omwentelingen per minuut.
Als we deze weetjes
allemaal op een rij zetten stelt men vast dat
tafeltennis één van de snelste en de actiefste
sporten is . Bij elke bal moet het lichaam een
buitengewone prestatie verrichten . Zo moet er op
een fractie van een seconde een beslissing genomen
worden , die beslissend is voor het spelverloop.
Tafeltennis vereist dan ook een zeer goede conditie
.
Deze sport is niet alleen zo populair omdat het
lichamelijke en geestelijke conditie vereist , maar
omdat het zo een leuke sport is . Het is beslist dan
ook de moeite waard om tafeltennis te spelen , niet
zoals men zegt dat het een zeer gemakkelijke sport
is en dat men er niet moet voor bewegen .

Waarom
speelt iemand met lange Noppen.
(27-12-'08)
Om het lange noppenspel in
grote lijnen eens uit te leggen:
Een persoon speelt met lange noppen omdat hij (meestal) een
zwakke Backhand heeft en met noppen dit tracht te
verdoezelen. Natuurlijk zijn er ook B-spelers die zeer goed
noppen hanteren. Lange noppen keren altijd het effect om wat
jij ernaar toe slaat. Topspinnen naar noppen geeft dus
backspin terug. Backspin naar noppen geeft dus Topspin
terug.
Een
geduldige aanvaller zal dus topspinnen naar de noppen, de
bal die hij terugkrijgt zal hij dan "snijden" naar de
noppen, de volgende terug topspinnen enzoverder enzoverder
tot de noppenspeler een fout maakt of een te hoge bal
terugspeelt die je dan heel hard contra afslaat ...
Je kan natuurlijk ook altijd blijven spinnen naar de noppen
maar je zal zien dat dit niet echt gemakkelijk is omdat je
steeds meer effect terugkrijgt... (Bij korte noppen, kun je
blijven topspinnen)
Ook
nuttig om weten is dat bij een gesneden lange noppen opslag,
er geen enkel effect meer op de bal zal zitten. Je kan deze
contra afslaan als je wat risico wil nemen. Beter is echter
licht over de bal gaan en contra terugplaatsen, en dan aan
het topspin - snij - afslag spelletje beginnen zoals
hierboven beschreven..
Antitop dan, kan je niet
vergelijken met noppen. Antitop haalt gewoon het tempo uit
het spel en remt het balletje hard af, je krijgt als het
ware een "dode" bal terug... Een sterke topspin slag is de
beste slag tegen de antitop, en hier mag je blijven
topspinnen.
Tegen lange noppen/antitop
spelen is eigenlijk wel een kunst op zich. Zolang er
effect op de bal zit, is het voor een noppenspeler vrij
gemakkelijk aangezien hij veel druk legt bij de tegenstander
door het weerkerende effect van zijn noppen. Maar wanneer er
gewoon contra (=zonder effect) gespeeld wordt is het voor de
noppenspeler heel moeilijk om de bal te krijgen zonder er
een aanvallende return op te krijgen...
Bij antitop is de controle groter dan bij noppen maar je
bent er wel veel beperkter mee. Met een noppen kan je een
stopblok kort bij de tafel doen, bij antitop is dit al veel
moeilijker. Iemand met antitop gaat meestal een topspin 'choppen'
van ver achter zijn tafel.
Als je met antitop/lange noppen wilt spelen dan moet je goed
weten dat de mensen dan anders tegen jou gaan spelen en dat
je de ballen anders gaat krijgen. Ofwel zoeken ze de noppen
op of wel gaan ze de andere kant opzoeken/aanvallen...

De service.
(27-12-'08)
De servicekan het verschil maken tussen winst of verlies. Stel
een willekeurige top tafeltennisser de vraag “welke slag is het
belangrijkste bij) tafeltennis” en de kans is groot dat het
antwoord “de service” is. Ondanks dit feit is de service voor
veel spelers geen onderdeel van hun train-ing en daardoor een
verwaarloosd onderdeel van hun spel. De meeste spelers geven
tijdens trainingen de voorkeur aan het oefenen van andere
slagen. In dit document behandel ik zo veel mogelijk alle
facetten van de service met daarin de nadruk op de manier waarop
je deze kunt trainen. Tenslotte… bij tafeltennis begint ieder
punt met een service. We beginnen met een aantal algemene
kenmerken die gelden voor iedere service. Later ga ik dieper in
op specifieke services.
Waarom is de service zo belangrijk?
Er zijn nogal wat redenen waarom een goede service belangrijk
is, een aantal van deze redenen zijn:
Controle
– Het is de enige slag die je bij het tafeltennissen maakt waar
je volledige controle hebt over de bal zonder dat je
tegenstander er op enige wijze invloed op uit kan oefenen. Jij
bepaald dus volledig wat er gebeurt en hier kun je een
belangrijk voordeel uit halen.
Frequentie –
Zoals al eerder gemeld, ieder punt begint met een service en het
is daarmee dus een veel voorkomende slag. Afhankelijk van jouw
eigen type spel en dat van je tegenstander kan het zijn dat meer
dan 20% van de slagen services zijn.
Vervolg –
Met een sterke service kun je behoorlijk wat invloed hebben op
de wijze en de plaats waar de return gespeeld wordt. Hierdoor
kun je door dit af te stemmen op de rest van je spel de service
zo spelen dat je jouw eigen sterke 3e en 5e slag in stelling kan
brengen.
Druk –
Een speler die zich bewust is van het feit dat zijn tegenstander
een sterkere service heeft voelt vanaf de start van de rally de
druk hiervan, zelfs als hij zelf moet serveren. Omgekeerd geldt
dat het hebben van een sterkere service vaak betekend dat je
iets meer relaxed achter de tafel staat.
Kennis – Het hebben van een sterke service (liefst
verschillende) betekent vaak dat je ook beter in staat bent om
de service van je tegenstander te beoordelen en te retourneren.
Waaruit bestaat een goede service.
Deze vraag is moeilijker te beantwoorden dan de vorige aangezien
je te maken hebt met meerdere omstandigheden. Wat in de ene
situatie een uitstekende service is kan in een andere situatie
waardeloos zijn. In plaats van een directe definitie van een
goede service geven we hier een aantal factoren welke belangrijk
zijn voor het spelen van een goede service waarmee we rekening
houden met verschillende situaties.
Service met een dubbele stuit.
Deze variant van het serveren waar de bal indien deze niet na de
eerste stuit geretourneerd wordt een tweede keer op de
tafelhelft van de tegenstander zou stuiteren, is er een die zeer
belangrijk is. Als je naar video’s van topspelers kijkt zul je
zien dat deze wijze van serveren zeer regelmatig voor komt
gezien de voordelen die het biedt. Hou er wel rekening mee dat
de tweede stuit dicht tegen het einde van de tafel moet zijn
voor optimaal effect. Hier geldt dus niet dat nog korter of meer
stuiteren beter is, in tegendeel.
Belangrijke redenen voor de populariteit van deze service zijn:
A) Het is moeilijk om een dergelijke service aan te vallen
met een sterke return. Aangezien de bal niet over het einde van
de tafel gaat is het lastig voor je tegenstander om een normale
loop bal te spelen, er is domweg niet genoeg ruimte tussen de
tafel en de bal voor een dergelijke slag. Ze kunnen hooguit een
aangepaste variant gebruiken welke slechts een fractie van de
snelheid en topspin heeft van een normale loop. Wat vaak gebeurt
bij een goede uitvoering van een dergelijke service is dat je
tegenstander genoodzaakt is de bal terug te duwen of te
schuiven. Hierdoor heb je zelf meer tijd om te herstellen na de
service.
B)
Gezien je de tegenstander dwingt om boven de tafel zijn slag
te maken in plaats van er achter verhinderd dit de natuurlijke
slagbeweging. Door de afstand tot het net maximaal te houden
door de 2e stuit tegen het einde van de tafel te
hebben verhoog je het rendement van je effect en wordt de kans
groter dat de bal in het net of slecht geretourneerd wordt. Door
deze afstand tot het net wordt het ook moeilijker om op een
dergelijke service een korte bal terug te spelen. De kans is dus
groot dat je als return een bal krijgt die na de stuit de
achterlijn van de tafel passeert waardoor je met optimale
controle jouw eigen slag kunt uitvoeren.
C)
Doordat het contactpunt van de bal relatief diep is (t.o.v.
een korte service) beperk je de mogelijkheid van je tegenstander
om een grote hoek te creëren. Hierdoor wordt je dus minder snel
gedwongen om veel te bewegen en ben je beter in staat om de
volgende bal te slaan.
D)
De afstand zorgt er ook voor dat iedere fout die je tegenstander
maakt bij het beoordelen van de spin die je hebt meegegeven aan
de service uitvergroot wordt. Een foutieve beoordeling van een
service die slechts een klein stuk van het net gespeeld wordt
zal minder snel in een fout resulteren dan dezelfde fout bij een
diepere service.
Een diepe service:
Dit zijn services waarbij de eerste stuit diep op de tafelhelft
van de tegenstander land en de bal erna de tafel verlaat.
Voordeel van deze servicevariant is vaak het verrassingselement.
Door sterk te variëren met de richting waarin je deze service
speelt en hem af te wisselen met een kortere variant kun je vaak
sneller tot een open spel komen en zorgt de snelheid van de
service er voor dat je direct druk kunt zetten. Het nadeel van
diepe services is dat indien de tegenstander er op voorbereidt
is je direct een aanvalsslag tegen kunt krijgen. Door de hogere
basissnelheid van de service is het goed uitvoeren van een loop
of spinbal meestal al voldoende voor een return met de nodige
druk.
Plaatsing:
Naast de wijze van serveren en de diepte van de 1e
bal is ook de plaatsing van de service van wezenlijk belang.
Goede plaatsing hang met name af van je tegenstander.
Afhankelijk van zijn positie achter de tafel bevinden zich delen
van de tafel binnen zijn natuurlijke bereik. Daarnaast ben je
gedeeltelijk afhankelijk van het verschil in retournerend
vermogen van je tegenstander met diens voor- en backhand.
Plaatsing is met name duidelijk zichtbaar als het slecht
gebeurt. De volgende twee zaken moet je bij iedere service
proberen te voorkomen:
1 – Dat het hoogste punt van de bal na de stuit zich op of net
achter de eindlijn bevindt. Je tegenstander heeft dan alle keuze
wat hij met de return wil doen
2 – Dat het hoogste punt zich binnen de voor- en backhand “power
zones” van je tegenstander bevindt.

Waarom Tafeltennis.... 23-12-08
Met tafeltennis kun je op elke leeftijd beginnen. Het zijn relatief
eenvoudige technieken, die door iedereen en op iedere leeftijd te
leren zijn. U bepaalt zelf uw spelniveau door te bepalen hoeveel
technieken u wilt leren en in welke mate van perfectie. Tafeltennis
lijkt heel flitsend te gaan (en dat gaat het ook), maar toch is het
basisspel verrassend simpel te leren. Al na enkele lessen bent u in
staat redelijk te spelen. Daarna zijn er zeer veel mogelijkheden om
uw spel te verbeteren. Dit maakt tafeltennis ook een zeer boeiende
sport. Sommige spelers beheersen bepaalde technieken tot in de
puntjes en zijn op andere plekken zwak. Zolang de tegenstander de
zwakke plekken niet weet uit te buiten zit je goed, ondanks dat je
nog niet alles beheerst. Tafeltennis is een fysiek intensieve sport.
Alle spieren worden gebruikt. Lopen en voetenwerk is belangrijk voor
het innemen van de juiste positie. Armen, polsen en handen zijn
uiteraard belangrijk voor het maken van de slag. Maar ook de spieren
in de romp (borst, rug, e.d.) doen mee om de juiste houding te
bepalen en het maken van de slagbeweging.
Gelukkig duurt een partij gemiddeld slechts 20 minuten, zodat u van
de fysieke explosie even bij kunt komen. Tafeltennis is echter niet
alleen een fysieke sport, er moet ook bij nagedacht worden.
Voortdurend moet opgelet worden wat de zwakke punten van de
tegenstander zijn en hoe daar het beste op gereageerd kan worden.
Omgekeerd moet u proberen juist uw eigen zwakke punten te maskeren.
Dit maakt tafeltennis tot een tactisch intensief en daardoor
interessant spel. Het voordeel is dat je niet op een bepaalde
leeftijd hoeft te stoppen, omdat het allemaal niet meer bij te
houden is. Daarnaast ontmoet je niet alleen mensen van je eigen
leeftijd, maar ook jongeren en ouderen. Je kan dus voortdurend Het
voordeel is dat je niet op een bepaalde leeftijd hoeft te stoppen,
omdat het allemaal niet meer bij te houden is. Daarnaast ontmoet je
niet alleen mensen van je eigen leeftijd, maar ook jongeren en
ouderen. Je kan dus voortdurend van anderen leren en ook aan
anderen iets leren.

170 balwisselingen
binnen de minuut. Dit werd geregistreerd op de Britse internationale
kampioenschappen op 28 Februari 1986 in Newcastle door Allan Cooke
en Desmond Douglas (GB). Dat is bijna drie balwisselingen per
seconde. Dit werd op 7 Februari 1993 in Groot-Brittannië door Jackie
Bellinger en Lisa Lomas overtroffen met 173 balwisselingen. In het
moderne tafeltennis gaat het waarschijnlijk zelfs nog heel wat
sneller.
De langste wedstrijd per ploeg: 1936 in Praag. De finale van de
Swaythling-cup tussen Oostenrijk en Roemenië begon op zondag, 15
maart (11 uur) en eindigde de volgende woensdag.
Het grootste record in groep werd gevestigd op 27 April 2000 in
Bremen, tijdens het Europees Kampioenschap. Op 40 tafels liepen 245
amateur-spelers zonder onderbreken van tafel tot tafel, 61 minuten
lang. Deze actie kwam in het Guinness Book of Records.
Een professionele speler verliest tijdens een toernooi tot 3,5
kilo gewicht per dag. Tijdens een set (tot 21 punten) verbruikt hij
ongeveer dezelfde energie als een lichtgewicht atleet, die 100 meter
in 10,2 seconden loopt.
Smashballen waren ooit verboden vanwege het risico van schade aan
de tegenstander.
Fred Perry was in 1929 wereldkampioen tafeltennis. Later ging hij
over naar tennis en werd beroemd door zijn overwinning op Wimbledon.

Een harde smash gaat
maximaal 180 km / h. De bal raakt het bat slechts 1 / 1000 seconde
en vervormt daarbij plusminus tot 20 procent.
In een perfect aangesneden topspin draait de bal 50 keer per
seconde rond zijn eigen as. Dit is, omgerekend 3000 toeren per
minuut.
Op de wereldkampioenschappen in Praag 1936 "vochten" Ehrlich
(Polen) en Paneth (Roemenië) 2 uur en 12 minuten voor één enkel
punt. In datzelfde toernooi werd de ontmoeting tussen
's-Gravenhage-Auer (Frankrijk) en Goldberg (Roemenië) na 7,5 uur bij
een stand van 5:3 in de 5e set door de toernooi-directie
geannuleerd. De langste balwissel in de tafeltennis-geschiedenis duurde 8 uur
en 33 minuten. Dit record werd gevestigd op 30 Juli 1978 in Stamford
(USA) door Robert Stiegel en Donald Peters. Het wereldrecord tafeltennis staat op meer dan 31 uur. De langste enkelmatch ooit werd gespeeld door Uwe Geiger en
Thomas Opiol van 14 tot 21 April 1985. Het langste dubbel ooit (102 uur) werd gespeeld door Roland
Merklein, Volker Fernath, Hilmar Küttner en Helmut Hanus uit
Stuttgart, van 23 tot 27 Mei 1980.

Ik het erg jammer
vondt dat er afgelopen zaterdag zo weinig senioren waren om onze
jeugd aan te moedigen bij de jeugdclubkampioenschappen. Ik Peter van
Harte Feliciteer met zijn winst. Het een toch een geslaagde middag
was. Ik zondag weer van de partij ben om alle senioren aan te
moedigen bij de clubkampioenschapen. Ik zeer vereerd ben met een
hoekje allen hoop dat er veel meer wist je datjes geplaatst zullen
worden. Ik hoop dat de sport net zo leeft bij een ieder als bij mij.
Tafeltennis voor iedereen met plezier voorop. Het weer Toppie gaat
met mijn enkel en ik weer mobiel ben en gelukkig weer ermee kan
lopen. Ik afgelopen zaterdag dus ook weer mijn eerst balletje
voorzichtig heb geslagen. Fijne kerstdagen en tot zondag.

Pingpongbal redt het
leven van een kleuter.
Dankzij een pingpongbal heeft een chirurg het leven gered van een
tweejarig meisje. Dokter Albert Shun gebruikte de pingpongbal om te
voorkomen dat de lever van het meisje tegen haar bloedvaten werd
gedrukt. Het patiëntje had een lever ingeplant gekregen van een
volwassene, maar dat orgaan bleek te groot voor haar lichaampje.
De Australische kleuter zal de rest van haar leven met de
pingpongbal opgezadeld zitten. Maar volgens dokter Shun zal het
plastic balletje geen infecties veroorzaken.
De chirurg belde naar eigen zeggen naar zijn vrouw met de vraag of
ze in de supermarkt wat pingpongballetjes wilde gaan kopen. "Ik had
een middel nodig om te voorkomen dat de lever de aders van het
kindje dicht zou knijpen. Een tafeltennisballetje bleek de ideale
oplossing. En goedkoop bovendien". |